← Blog
Energizers in de klas: 8 werkvormen van 5 min
Oksana Oliinyk

Energizers in de klas: 8 werkvormen van 5 min

Oksana Oliinyk·

Een energizer is een korte werkvorm die de aandacht van een groep terugbrengt zonder dat je de les hoeft te onderbreken voor iets anders. Vijf minuten, geen voorbereiding, geen materiaal. Hieronder staan er acht, maar niet op alfabet of op leuk — ze staan gesorteerd op de vraag die vooraf gaat aan alle andere: wat is er op dit moment mis met de energie in de groep?

Want dat is de reden dat energizers zo vaak niet werken. Niet omdat de werkvorm slecht is, maar omdat hij op het verkeerde moment werd ingezet.

Een moe klas en een drukke klas lijken allebei ongeconcentreerd. Ze hebben tegenovergestelde werkvormen nodig, en de meeste energizerlijsten maken dat onderscheid niet.

Twee soorten onrust, twee soorten energizers

Een groep die zijn aandacht kwijt is, is dat op een van twee manieren.

Vlak en moe. Het is het achtste lesuur, of het is dinsdagochtend na een toets. De blikken zakken, de antwoorden worden korter, niemand is lastig maar niemand is er ook. Deze groep heeft opwinding nodig: beweging, tempo, iets waar je van moet staan.

Te druk en overprikkeld. Er is net iets gebeurd op de gang, of het is de laatste dag voor de vakantie. Er is geen tekort aan energie, er is een tekort aan richting. Deze groep heeft geen extra prikkel nodig — die maakt het erger. Ze heeft een vorm nodig die de energie ergens in laat lopen: een structuur met een duidelijke beurt, een timer, een grens.

Wie een opladende energizer gebruikt op een al te drukke klas, verliest de groep voor de rest van het uur. Dat is de meest gemaakte fout met energizers, en hij is volledig te vermijden.


Welke energizer bij welke groepstoestand

Loop deze lijst langs voordat je iets kiest. Beschrijf eerst wat je ziet, dan pas welke werkvorm daarbij hoort.

Iedereen zakt onderuit, de antwoorden worden eenlettergrepig → opladen: Stijgen & Dalen of Quiz met bewegen.

Ze zijn wakker maar niet betrokken; het gesprek loopt via drie leerlingen → opladen met een beurt: Vier hoeken.

Het is rumoerig en niemand luistert naar elkaar → kanaliseren: Op tijd of Binnenkring & Buitenkring.

Ze zijn net binnengekomen en de lucht staat nog vol van de pauze → kanaliseren met beweging: 1 gaat, 3 blijven.

Twee leerlingen vullen de ruimte, de rest kijkt toe → kanaliseren met een vaste beurt: Op tijd of Schud en pak.

Ze zijn moe én rumoerig tegelijk → eerst kanaliseren, daarna pas opladen. In die volgorde, nooit andersom.


Vier energizers om op te laden

Deze vier verhogen het tempo. Zet ze in bij een vlakke groep, en niet bij een groep die al te veel in beweging is.

1. Stijgen & Dalen

Iedereen samen · 3–5 min · geen materiaal Je leest een stelling voor; wie het eens is gaat staan, wie het oneens is blijft zitten.

Waarom dit oplaadt: het lichaam beweegt voordat het hoofd erover nadenkt, en iedereen doet mee zonder dat iemand hoeft te praten. Dat maakt het de laagste drempel van de acht. Wanneer het misgaat: bij stellingen die eigenlijk kennisvragen zijn. Dan wordt het een toets waarin je met je lichaam antwoord geeft, en dat is precies wat een onzekere leerling niet wil. Zie Stijgen & Dalen

2. Quiz met bewegen

Iedereen samen · 5–10 min · kaartjes handig Iedereen loopt door het lokaal, zoekt een partner, stelt zijn vraag, geeft feedback en wisselt van partner.

Waarom dit oplaadt: lopen plus wisselende gesprekspartners is de sterkste combinatie in deze lijst. Na drie wisselingen is de temperatuur in het lokaal hoorbaar anders. Wanneer het misgaat: in een vol lokaal met tafels in rijen. Zonder loopruimte wordt het schuifelen, en schuifelen geeft geen energie. Zie Quiz met bewegen

3. Vier hoeken

Iedereen samen · 5–10 min · vier hoeken van het lokaal Je stelt een vraag met vier mogelijke antwoorden; iedereen loopt naar de hoek die bij zijn antwoord past en praat daar kort met de anderen.

Waarom dit oplaadt: je moet kiezen, je moet lopen, en je staat vervolgens bij mensen die hetzelfde vinden. Dat laatste maakt praten makkelijk voor wie klassikaal niets zegt. Wanneer het misgaat: als één hoek leeg blijft en één hoek overvol raakt. Formuleer de vier opties zo dat ze allemaal verdedigbaar zijn, anders wordt het een populariteitspeiling. Zie Vier hoeken

4. Doe mij na

In tweetallen · 5–10 min · pen en papier A bouwt of tekent iets en beschrijft hardop wat hij doet; B maakt het na zonder te kijken. Daarna vergelijken en wisselen.

Waarom dit oplaadt: de energie komt hier niet uit beweging maar uit het verschil tussen het origineel en de kopie. Dat moment levert bijna altijd gelach op, en gelach doet met een vlakke groep wat koffie met een volwassene doet. Wanneer het misgaat: als de opdracht te ingewikkeld is. Houd het bij vijf lijnen of vijf blokjes; hoe simpeler de opdracht, hoe grappiger het verschil. Zie Doe mij na


Vier energizers om energie te kanaliseren

Deze vier voegen geen prikkel toe. Ze geven de energie die er al is een vorm: een beurt, een timer, een route door het lokaal.

5. Op tijd

2–6 per groepje · 5–10 min · geen materiaal Iedereen krijgt om de beurt een vaste hoeveelheid spreektijd over dezelfde vraag. De timer bewaakt de beurt.

Waarom dit kanaliseert: in een drukke groep is spreektijd iets wat je verovert. Zodra de lengte van een beurt vastligt, valt er niets meer te veroveren en zakt het volume vanzelf. Wanneer het misgaat: bij een te ruime spreektijd. Zet hem krap — dertig seconden bij een drukke groep — en verleng pas als je merkt dat mensen worden afgekapt. Zie Op tijd

6. Binnenkring & Buitenkring

Iedereen samen · 5–10 min · ruimte voor twee kringen Twee kringen staan tegenover elkaar. Kort gesprek met de persoon tegenover je, dan schuift de buitenkring een plek op.

Waarom dit kanaliseert: er is beweging, maar de beweging is voorgeschreven. Een groep die niet weet waar ze heen moet met zichzelf, wordt rustig van een route die niemand hoeft te bedenken. Wanneer het misgaat: als het doorschuiven onduidelijk is. Zeg vooraf welke kring beweegt en in welke richting, anders draait het lokaal een halve minuut in het rond. Zie Binnenkring & Buitenkring

7. 1 gaat, 3 blijven

In kleine groepen · 10–15 min · groepjes van 4 Eén groepslid gaat naar een andere groep om informatie op te halen en brengt die terug naar het eigen team.

Waarom dit kanaliseert: er loopt maar één iemand per groepje, met een opdracht en een bestemming. Dat is precies genoeg beweging om de spanning eruit te halen, zonder dat de hele klas op de been is. Wanneer het misgaat: als je niet vastlegt wie er gaat. Wijs de reiziger aan, of laat het rouleren — anders vertrekken er drie en blijft er één. Zie 1 gaat, 3 blijven

8. Schud en pak

In kleine groepen · 10–15 min · kaartenpakket In een viertal presenteert A, kiest B een kaart en stelt de vraag, antwoordt C, en controleert en coacht D.

Waarom dit kanaliseert: vier rollen die om de beurt draaien laten geen ruimte over voor het gesprek ernaast. Iedereen is voortdurend aan de beurt voor iets, en dat is de meest betrouwbare manier om een drukke groep bezig te houden zonder haar af te remmen. Wanneer het misgaat: zonder kaarten. Deze vorm draait op de stapel; met een losse vraag op het bord valt de rolverdeling meteen weg. Zie Schud en pak


Veelgemaakte fouten met energizers

Een energizer inzetten omdat het in het lesplan staat. Een energizer beantwoordt een toestand die je waarneemt. Op een groep die prima werkt, is hij een onderbreking.

De verkeerde soort kiezen. Zie de eerste sectie. Een opladende vorm op een overprikkelde groep is de klassieke misser, en hij kost je de rest van het uur.

Te lang laten duren. Vijf minuten is vijf minuten. Een energizer die tien minuten wordt, is geen energizer meer maar een lesonderdeel, en dan moet je hem ook zo behandelen — met een doel en een afsluiting.

Geen einde markeren. De overgang terug naar de les is het moeilijkste deel. Zeg vooraf hoe je afsluit, gebruik een zichtbare timer, en begin direct met het eerste inhoudelijke ding daarna.

Steeds dezelfde vorm. Na de vierde keer is Stijgen & Dalen geen energizer meer maar een gewoonte. Wissel tussen de acht, en houd bij welke bij welke groep werkte.

Een energizer gebruiken tegen structureel gedrag. Een klas die elke week onhandelbaar is, heeft geen werkvorm nodig maar afspraken. Energizers repareren een moment, geen patroon.


Hoe vaak, en waar in de les

Eén korte energizer per lesuur is ruim genoeg. In een blokuur twee: één na ongeveer vijfentwintig minuten, één na de pauze.

De beste plek is niet het begin van de les maar het moment waarop je de aandacht voelt wegzakken — meestal ergens tussen minuut twintig en dertig. Wie standaard opent met een energizer, gebruikt hem op het enige moment waarop de groep hem nog niet nodig had.

Voor het bewaken van de tijd is een zichtbare klok het simpelste hulpmiddel. Bij de werkvormen op LudensFlow loopt de timer mee met de stappen, zodat je niet zelf hoeft te klokken terwijl je de groep begeleidt — en zodat het einde van de energizer een feit is en geen onderhandeling.

Wil je verder kijken dan deze acht: alle vormen staan in het overzicht van werkvormen, gefilterd op wat de groep op dat moment nodig heeft. Voor de achtergrond bij het samenwerken zelf is er de inleiding over coöperatieve werkvormen.

Een energizer voegt geen energie
toe aan een klas.

Hij geeft de energie die er al is iets om te doen.