Intervisie: 5 methodes die je vandaag kunt gebruiken

Intervisie is collegiale consultatie met een vorm eromheen: een kleine vaste groep, één casus per keer, en van tevoren afgesproken wie wanneer aan het woord is. Die afspraak is niet de verpakking — het is het werkzame bestanddeel.

Hieronder: wat intervisie precies is, waaruit een sessie is opgebouwd, en 5 methodes die je hier meteen kunt draaien.

Bekijk alle werkvormen

Wat is intervisie?

Een groep van vier tot acht collega's komt bij elkaar. Eén van hen legt een echte vraag uit zijn eigen werk voor. De anderen helpen — maar niet door te adviseren zodra ze iets herkennen: ze volgen een methode die bepaalt wanneer er gevraagd wordt, wanneer er geanalyseerd wordt en wanneer de inbrenger alleen luistert.

Daarin verschilt intervisie van de drie dingen waarmee het het vaakst wordt verward. Anders dan bij supervisie is er geen begeleider met meer ervaring: de groep is gelijkwaardig. Anders dan bij coaching is de deskundigheid van de groep zelf het instrument, niet die van één persoon. En anders dan bij een gewone casusbespreking ligt de volgorde van de stappen vast, zodat de casus niet binnen vijf minuten in tips verandert.

Wat een sessie oplevert is meestal niet de oplossing waar de inbrenger om vroeg. Het is de vraag erachter: wat maakte dit voor jou zo lastig? Precies daarom is de stap waarin de inbrenger zwijgt in bijna elke methode terug te vinden.

Waaruit een intervisiesessie is opgebouwd

De methodes hieronder verschillen in de volgorde en het aantal stappen, maar ze bestaan alle vijf uit dezelfde vijf onderdelen. Als je een sessie aanpast, zijn dit de knoppen waaraan je draait:

  1. De inbrenger en zijn vraagéén casus per ronde, en een vraag die begint met «hoe» of «wat» — niet met «vind je ook niet dat…».
  2. De verhelderingsrondede groep vraagt naar feiten tot iedereen dezelfde situatie voor zich ziet. Nog geen meningen.
  3. Het moment waarop de inbrenger luistertde kern van elke methode. Wie meepraat, verdedigt; wie alleen luistert, hoort wat er werkelijk gezegd wordt.
  4. De tijd per stapafgetimed, niet geschat. Een stap die uitloopt, loopt uit ten gunste van wie het langst praat.
  5. De reflectie op de sessie zelfde laatste stap gaat over het gesprek, niet over de casus. Zo leert de groep zichzelf bijsturen.

De derde en de vijfde zijn de onderdelen die het eerst sneuvelen als het krap wordt — en precies zonder die twee wordt intervisie weer een vergadering waarin de snelste spreker gelijk krijgt.

Welke methode kies je?

Groepsgrootte en duur zijn die van de werkvorm zoals hij hier draait: de richttijden per stap plus wat installeren en de afsluitende reflectie kosten. Bij het voorbereiden stel je elke stap zelf in.

MethodeWat het doetGroepsgrootteDuurKies deze wanneer
Trio-adviesiedereen krijgt advies, in parallelle trio's3 per groep± 35 minde hele groep heeft een vraag en de tijd is kort
Roddelmethodeeerlijk praten zonder dat er verdedigd wordt4–8± 35 minde inbrenger schiet snel in de verdediging
Socratisch gesprekonderzoeken welke houding hier wijs is4–8± 45 minhet gaat om een waardenkwestie, niet om een truc
Dominante ideeënde onuitgesproken overtuigingen zichtbaar maken4–8± 45 minde inbrenger loopt steeds tegen hetzelfde aan
Incidentmethodeéén incident uitpluizen tot een besluit5–8± 50 minhet team is handelingsverlegen bij één situatie

De methodes van dichtbij

Trio-advies (Troika Consulting)

De enige van de vijf die in parallelle groepjes draait: iedereen zit in een trio, alle trio's doen tegelijk dezelfde stap. Eén persoon legt een echte vraag voor, de twee anderen stellen verhelderende vragen, en denken daarna hardop mee terwijl de inbrenger zijn stoel omdraait en alleen luistert.

Omdat de rollen na elke casus doorschuiven, is in een half uur iedereen aan de beurt geweest — en juist dát maakt hem geschikt als eerste kennismaking met intervisie. Formeel is het een Liberating Structure, geen intervisiemethode, maar hij doet precies hetzelfde in een kwart van de tijd.

Roddelmethode

Vijf stappen, en één daarvan is de reden dat de methode zo heet: de inbrenger draait zijn stoel om en de groep praat over hem in de derde persoon, alsof hij er niet bij zit. Hardop, zodat hij alles hoort — maar zonder dat hij kan reageren.

Dat klinkt ongemakkelijk en is het de eerste keer ook. Het effect is dat er dingen gezegd worden die met oogcontact beleefd zouden zijn gebleven, en dat de inbrenger ze kan horen zonder zich te hoeven verantwoorden. Kies deze methode als iemand bij feedback meteen begint uit te leggen hoe het echt zat.

Socratisch gesprek

Zeven stappen rond één moment: de inbrenger vertelt zijn casus als een film, tot aan het punt waar de lading zat, en stopt daar. Vervolgens verplaatst ieder groepslid zich hardop in dat moment — in de ik-vorm — en beantwoordt zelf de onderzoeksvraag.

De vierde en vijfde stap maken hem anders dan de rest: iedereen schrijft in stilte op waar het volgens hem om draait, en daarna zoekt de groep met de vier kardinale deugden welke houding hier wijs is. Geen advies dus, en geen besluit — een gedeeld begrip van wat er op het spel stond.

Dominante ideeën

Zeven stappen waarin de groep niet naar de situatie luistert maar naar de overtuigingen eronder: «een goede leraar lost dit zelf op», «als ik doorvraag ben ik lastig». Die worden benoemd, niet beoordeeld, terwijl de inbrenger meeschrijft.

Daarna zet de groep er alternatieve ideeën naast — geen actieplan, andere manieren om ernaar te kijken. Kies deze methode wanneer iemand steeds tegen hetzelfde aanloopt in verschillende situaties: dan zit het probleem zelden in de situatie.

Incidentmethode

De uitgebreidste van de vijf, en de enige met een echte constructie erin: de inbrenger beschrijft een incident zonder te vertellen hoe het afliep. De groep vraagt door, analyseert en bedenkt zelf alternatieven — en pas in stap zes hoort iedereen wat er werkelijk gebeurde.

Die volgorde is het hele punt. Wie de afloop kent, beoordeelt hem; wie hem niet kent, moet zelf denken. Acht stappen en ongeveer vijftig minuten, dus plan hem als het hele onderwerp van een bijeenkomst — niet als agendapunt.

Waarmee begin je?

Met Trio-advies. Niet omdat hij de beste is, maar omdat hij het minste vraagt: groepjes van drie, een half uur, en iedereen is zowel inbrenger als adviseur geweest. Een groep die dat één keer heeft meegemaakt, snapt zonder uitleg waarom die stap waarin je moet zwijgen erin zit.

Werkt dat, dan is de Roddelmethode de logische tweede: dezelfde beweging, maar nu met de hele groep en met meer tijd om door te vragen. Vijf stappen, ongeveer vijfendertig minuten, en het ongemak van de derde stap is precies waar de opbrengst zit.

Bewaar de Incidentmethode en het Socratisch gesprek voor later. Ze zijn niet moeilijker, maar ze vragen drie kwartier tot een uur en een groep die al gewend is te luisteren zonder meteen te helpen.

Wat er misgaat

  • De inbrenger blijft meepraten. In elke methode zit een stap waarin hij alleen luistert. Laat hem zich fysiek omdraaien — zolang er oogcontact is, blijft het gesprek beleefd en gaat de groep hem sparen.
  • De verhelderingsronde is advies in vermomming. «Heb je al geprobeerd om…» is geen vraag. Herformuleer het één keer hardop naar «wat deed je toen?»; daarna doet de groep het zelf.
  • De tijd per stap wordt losgelaten. Verreweg de meest voorkomende fout. Een stap die uitloopt, loopt uit ten gunste van wie het langst praat — precies wat de methode moest voorkomen.
  • De laatste stap wordt geschrapt. De reflectie op de sessie zelf voelt als de stap die je kunt missen. Het is de enige stap waarin de groep leert de vorm te verbeteren, dus schrap liever iets anders.
  • Er is geen vaste groep. Intervisie werkt op vertrouwen dat over meerdere sessies wordt opgebouwd. Een groep die elke keer anders is samengesteld, brengt elke keer een veilige casus in.
  • De casus is te oud. Een situatie van een half jaar geleden is al zo vaak verteld dat er niets meer aan te onderzoeken valt. Vraag om iets van de afgelopen weken, waar de inbrenger nog echt mee zit.

Veelgestelde vragen

Hoe groot moet een intervisiegroep zijn?

Vier tot acht. Onder de vier zijn er te weinig perspectieven om iets nieuws op te leveren; boven de acht komen de rondes niet meer rond binnen de tijd en haken mensen af. Voor grotere teams is Trio-advies de uitweg: dan draaien alle groepjes van drie tegelijk.

Hoe vaak kom je bij elkaar?

In de praktijk werkt eens per vier tot zes weken het best, met dezelfde groep. Vaker lukt zelden qua agenda; minder vaak en het vertrouwen — en daarmee de eerlijkheid van de casussen — moet elke keer opnieuw worden opgebouwd.

Heb je een begeleider nodig?

Niet inhoudelijk: de groep is gelijkwaardig, en dat is het verschil met supervisie. Wel is er iemand nodig die de stappen en de tijd bewaakt. Die rol mag rouleren — dat helpt zelfs, omdat iedereen dan een keer merkt hoe snel een gesprek terugvalt in adviseren.

Wat is het verschil tussen intervisie en supervisie?

Bij supervisie begeleidt iemand met meer ervaring een of enkele professionals. Bij intervisie zijn alle deelnemers gelijkwaardig en doet de methode het werk dat de supervisor anders zou doen: bepalen wanneer er gevraagd, geanalyseerd en geluisterd wordt.

Werkt intervisie ook met leerlingen of studenten?

Trio-advies zeker, en de Roddelmethode in het hoger onderwijs ook. Het Socratisch gesprek en de Incidentmethode vragen een groep die gewend is te luisteren zonder meteen te helpen — met een klas is dat eerder het doel van een reeks lessen dan het startpunt.

Kun je dit online doen?

Ja, mits iedereen zijn camera aan heeft. Trio-advies vraagt breakout rooms. Voor de stap waarin de inbrenger luistert, spreek je af dat hij zijn microfoon uitzet en uit beeld gaat zitten — dat vervangt het omdraaien van de stoel redelijk goed.

Bronnen

  • Hendriksen, J. — Intervisie bij werkproblemen. Boom/Nelissen.
  • Bellersen, M. & Kohlmann, I. — Praktijkboek intervisie. Vakmedianet.
  • liberatingstructures.com — Troika Consulting, de structuur achter Trio-advies.
  • De stappen en richttijden op deze pagina komen van de werkvormpagina's zelf, zodat beide hetzelfde zeggen.

Samengesteld door Oksana Oliinyk ·

Direct te draaien in LudensFlow