Waarom iemand die niet tegen stappenplannen kan, een platform met werkvormen in stappen bouwt. Een paar gedachten na twee kringen case clinic.
Als kind werd ik op tekenles gezet. De juf liet stap voor stap zien hoe je een vosje tekent. Ik zat stil, stoorde niemand en tekende les na les mijn eigen gekleurde strepen, laag over laag, als de lagen van een taart. Het eindigde ermee dat de juf mijn ouders aanraadde om "het kind eens te laten nakijken", omdat het niet deed wat er gevraagd werd.
Die weerstand tegen stappenplannen heb ik nog steeds. Dus het is goed om uit te leggen waarom ik LudensFlow bouw, waar elke werkvorm in stappen is uitgeschreven. Deze keer aan de hand van case clinic, een methode uit Theory U die ik dit najaar in twee verschillende kringen heb doorlopen.
Waar Theory U vandaan komt
Ik hoorde voor het eerst van Theory U in 2017, op "86", een festival voor film en stedelijke ontwikkeling in Slavoetytsj, vlak bij Tsjernobyl. Het was het voorlaatste festival: het jaar daarna vond het voor het laatst plaats. Naast film bracht het activisten van maatschappelijke organisaties uit heel Oekraïne samen: er was behoefte om over structurele verandering te praten. De sessie heette "Participatie die mislukt: hoe zorg je voor echte in plaats van schijnbare betrokkenheid van de gemeenschap". Mariana Zavijska begeleidde haar met collega's van Open Space Works, in de vorm van Open Space.
Wat me toen raakte, was de paradox van dat format. Er zijn veel regels, alles is vastgelegd, en tegelijk gaf juist dat kader vijftig zeer actieve mensen, ieder met een eigen pijn en eigen vragen, de ruimte om zelf het programma en het rooster samen te stellen.
Op de muren hingen in grote letters de principes, waaronder: "Wat er gebeurt, is het enige dat had kunnen gebeuren." Als er niemand naar jouw onderwerp komt, is dat informatie voor jou, en het zegt niets slechts over de mensen. Je kunt op elk moment naar een andere kring gaan of blijven. De innerlijke criticus die vraagt "doe ik het wel goed, duurt het niet te lang", valt stil. Wat overblijft is vertrouwen in het veld.
Van Mariana hoorde ik voor het eerst over Theory U van Otto Scharmer en het Presencing Institute. Een jaar later begeleidde ze als vrijwilliger een strategische sessie voor het dorp waar mijn maatschappelijke organisatie werkt. Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor.
Theory U is systeemdenken, verrijkt met aandachtspraktijken. Net als in Process Work tellen ook gevoelens en zwakke signalen mee, die je makkelijk mist. Maar er is een derde element waarvoor ik naar deze theorie ben teruggekeerd: de gerichtheid op actie en maatschappelijke verandering. Een van de basisideeën luidt ongeveer zo: je kunt een systeem pas begrijpen als je begint het te veranderen.
Twee kringen
Dit jaar kondigde Scharmer een nieuwe ronde van u.lab aan, en ik hoorde ervan via Olena Miroshnychenko. Zij schreef op LinkedIn dat ze mensen zocht om samen te leren, en bracht een Oekraïense kring bij elkaar nog voordat het programma deelnemers zelf voorstelde om groepen te vormen. We leerden elkaar kennen voor de start.
Voor mij werkte dat als een motor. Een online cursus schuif je makkelijk voor je uit. Als je elkaar regelmatig ziet, wil je de stof begrijpen om echt mee te kunnen praten. Je leert voor jezelf, en uit verantwoordelijkheid tegenover de kring.
De tweede kring ontstond onverwacht. Tijdens een gezamenlijke livesessie met een paar honderd mensen uit de hele wereld werd deelnemers voorgesteld een kring te starten of zich bij een bestaande aan te sluiten. De kringen liepen heel snel vol, en geen enkele sprak me aan. Toen gaf iets van binnen me een duw, en ik registreerde mijn eigen kring: Banality of Evil, naar Hannah Arendt.
Voor mij gaat dat onderwerp over systemen. Over hoe mensen hun menselijkheid verliezen door vreselijke dingen goed te praten met "ik deed gewoon mijn werk". En over hoe wij, als radertjes in een systeem, samen kwaad van een onvoorstelbare omvang kunnen veroorzaken, zoals de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog.
In elke kring zitten 4 tot 6 mensen, en in beide hebben we case clinic stap voor stap doorlopen.
Een kring waarin niemand advies geeft
Eén persoon (de inbrenger, de case giver) brengt een echte situatie in waarbij hij of zij hulp nodig heeft. De andere deelnemers zijn coaches, en voor hen geldt één hoofdregel: geen advies geven, diep luisteren. Na het verhaal volgen een paar minuten stilte, daarna spiegelt iedereen welke beelden, gevoelens of gebaren er bij hem of haar opkwamen, vervolgens denkt de groep samen verder op die beelden, en alles sluit af met waardering en schrijven voor jezelf. Het volledige stappenplan met tijden vind je op de pagina van case clinic.
Ik ken ook andere intervisievormen: dominante ideeën, de incidentmethode, het socratisch gesprek. Alle drie staan op LudensFlow, en alle drie heb ik geoefend in een intervisiegroep van Nederlandse schoolleiders. Wat ze gemeen hebben, is dat mensen zich aan regels houden, en dat die regels het denken uit de vertrouwde sporen halen. De nieuwe gedachten die opkomen zijn nog steeds van jou, alleen breder dan je gewend bent.
Case clinic voegde daar vier dingen aan toe die ik wil uitlichten.
Stilte die in het script staat
Na de presentatie van de casus is er tijd om na te denken en niet meteen te reageren. Het is de pauze tussen impuls en reactie, rechtstreeks in het proces ingebouwd. De verleiding is groot: "Ik snap het al, ik weet wat ik wil vragen." Maar juist in dat uitstel ontstaan andere associaties en verbanden.
In de klas werkt hetzelfde mechanisme. Daarom hebben zoveel werkvormen voor de les ingebouwde denktijd.
Wat er in jou resoneerde
Bij het spiegelen is de neiging groot om te analyseren en vanuit je eigen ervaring advies te geven. In een van onze groepen moesten we stoppen en terug naar de vraag: wat doet dit met jou?
Soms klinkt wat iemand zegt niet relevant. Een logisch verband is niet te volgen, maar op het niveau van intuïtie voelt iedereen dat het resoneert. Die mate van openheid is moeilijk, en niet iedereen is er meteen klaar voor.
Een gedachte van een ander voortzetten
Het samen verder denken bleek voor mij de moeilijkste stap. Zeggen wat er in jou opkwam is één ding. Een gedachte van iemand anders oppakken en daarop verder bouwen is iets heel anders.
We leven in een wereld van auteursrecht, en hier wordt jouw gedachte opeens een steen in een gezamenlijk bouwwerk. Je bent bang het idee van de vorige deelnemer te bederven, of het gesprek een kant op te sturen die hij nooit bedoelde. Beginnen is makkelijker dan voortzetten, en dus keert de groep steeds terug naar de inbrenger en begint opnieuw.
De volgende keer wil ik langer in dat verder bouwen blijven. De opdracht van deze stap is samen creëren op basis van de casus, zonder opnieuw te analyseren. Hoe verder van de casus, hoe wankeler het bouwwerk en hoe voorzichtiger de mensen.
Waardering en aantekeningen die je niet deelt
Tijdens het gesprek was ik steeds bang dat ik off base zat: dat ik mijn eigen verhaal vertelde en te weinig inging op dat van de ander. En bij de stap van waardering hoor je dat mensen juist datgene waarderen wat jij het minst passend vond. Deze stap geeft mensen de waarde terug van wat ze hebben ingebracht.
Het waardevolst vond ik dat mensen vanuit een heel ander wereldbeeld spraken, en dat het ongemakkelijk was om dat te horen. Ik kwam de case clinic uit en struikel er nog steeds over. Dat wil zeggen: ik denk verder.
Alles sluit af met kort journaling dat je niet deelt. De meeste intervisiemethoden draaien erom dat iedereen alles met iedereen deelt. Hier ligt de balans anders: anderen helpen, jezelf helpen, en het recht om conclusies alleen voor jezelf te trekken.
Als je weet dat je je aantekeningen moet voorlezen, schrijf je anders. Als je weet dat niemand ze ziet, kun je ook opschrijven wat beschamend, riskant of ongemakkelijk is om te delen.
Piano en trampoline
Terug naar het vosje. Mijn weerstand tegen algoritmes is nergens heen. Ik wil mijn eigen ingevingen vertrouwen en ze meteen op tafel leggen, in de vorm waarin ze kwamen. Een algoritme lijkt dat af te knippen.
Maar ik heb de muziekschool afgerond op de bandoera, en nu leer ik piano spelen. En ik weet: diepte en passie kun je niet laten horen voordat je vingers de toetsen kennen. Eerst lang het algoritme, uren en uren stukken van anderen.
Als ik ga zitten en met mijn vuisten op de toetsen sla omdat ik veel emoties heb, zal waarschijnlijk niemand iets voelen. Als ik de techniek oefen, is er een kans dat er bij de mensen die luisteren iets begint te ontstaan. Het kader liet me niet bewegen zoals ik gewend was, en dwong me andere bewegingen te zoeken.
Met werkvormen is het net zo. Hoe meer formats je probeert, hoe meer kanten van jezelf je ontdekt. Zo komt rauwe energie in een meesterlijke vorm terecht en bereikt ze andere mensen. En dan wordt actie mogelijk: een systeem begrijpen door het te gaan veranderen. Het systeem de schuld geven is makkelijk. Het met vakmanschap ten goede veranderen is de echte uitdaging.
Onlangs legde mijn zoon na zijn trampolinetraining uit hoe je een salto met schroef maakt. Er is een moment waarop je in de lucht een contra-intuïtieve beweging moet maken: het lijkt alsof je armen naar rechts moeten, maar eigenlijk moeten ze naar links. Dan draait je lichaam goed door.
Voor mij is structuur zo'n contra-intuïtieve beweging om te leren mezelf te zijn. Het is mijn edge, mijn moeilijke punt. Misschien is LudensFlow daarom zo belangrijk voor me: werkvormen in stappen waren niet mijn natuurlijke taal. Ik moest ze aannemen, uitproberen en zien dat ze werken.
Probeer het zelf
Om een case clinic te begeleiden heb je geen certificaat nodig. In onze kring is iedereen nog aan het leren: de een heeft de eerste module al gedaan, de ander nog niet. En het werkt al, en bij elke bijeenkomst komen er diepgang en vakmanschap bij.
De beschrijving op LudensFlow is genoeg om 4 tot 6 collega's bij elkaar te brengen en zelf een eerste case clinic te houden: case clinic op LudensFlow. En wil je vergelijken, dan vind je op de pagina Intervisie nog vijf methoden: dominante ideeën, de incidentmethode, het socratisch gesprek, trio-advies en de roddelmethode.

