Actieve betrokkenheid in elke les
De basis is op orde, maar de leskwaliteit verschilt per les: niet elke les zet leerlingen evenveel aan het werk. De verschillen zitten tussen lessen en docenten, minder tussen leerlingen.
Werkvormen die een docent op het bord zet en gewoon draait: stap voor stap, met de tijd en de rollen erbij. Iedereen weet wat hij moet doen en niemand rent vooruit. De collega die het voor het eerst doet, werkt met dezelfde structuur als de collega die het al jaren doet.
Van studiedag naar de les
De studiedag was goed. Een paar maanden later is het in de ene sectie nog te zien en in de andere niet. Borgen is het woord dat we het vaakst lezen.
Wat op de studiedag besproken is, staat klaar als werkvorm voor de volgende les, met de vragen van de docent zelf erin. De docent bepaalt de inhoud en de tijd; de stappen en de rollen blijven staan. Zo is er maandag iets om te doen, niet alleen iets om te onthouden.
Van en met elkaar leren
Docenten werken vaak per vak. Nieuwe collega's en zij-instromers zoeken hun weg alleen, en goede voorbeelden blijven in één lokaal.
Een docent deelt een voorbereide werkvorm met een collega via één link; die opent hem, draait hem in de eigen les en maakt hem eigen. In een sectieoverleg doet het team een werkvorm zelf, zodat iedereen hem een keer van binnen kent.
Leren leren, in de les zelf
„Leren leren”, „zelfregulatie” en „eigenaarschap” staan in bijna elk schoolplan. In de praktijk wordt het een mentorles of een extern programma, los van het vak. Wat daar geleerd wordt, komt zelden terug in de biologieles.
Elke werkvorm traint één manier van leren die werkt: uit je hoofd halen, in eigen woorden uitleggen, toepassen in een nieuwe situatie. Het bord noemt die bij naam, de docent zegt hem hardop, en de klas oefent hem met de stof van die les. Geen apart programma: het gebeurt in de biologieles, met biologie.