Met het vak. Zoek in de tabel hierboven de rij van jouw vak en start die werkvorm, met de stof van morgen. Het bord zegt de klas wat ze traint; jij zegt de zin hardop. Meer hoeft er de eerste keer niet.
Elke werkvorm heeft een hoofdstrategie, de ster op zijn pagina, en één tot vier andere die hij ook kan trainen. Wil je vandaag een andere, dan staat die onder «Extra instellingen» van de werkvorm: één keuze, en het bord volgt. Na de les stelt de reflectiekaart één vraag over die strategie («Wat haalde de klas op zonder boek, en wat kwam er niet?»), en op de pagina van je klas komt te staan welke manieren van leren ze dit jaar getraind heeft, en welke nog niet.
Thuisbladen. Voor elke manier van leren is er een A4 om mee naar huis te geven: de naam die op het bord stond, de zin die je zei, drie stappen om het thuis met de stof van deze week te doen, en de bron in één regel. Twaalf werkvormen hebben daarnaast een eigen werkblad, dat op hun pagina staat. Alle bladen bij elkaar, voor de klas en voor thuis: werkbladen.
Verder lezen. Waarom «leren leren» in de vakles thuishoort en niet in een cursus ernaast, met de zeven manieren van leren en een voorbeeld per vak: Leren leren gebeurt in de les, niet ernaast.