Het is de eerste minuut van het derde uur. Je klapt je laptop open, en de beamer blijft zwart. Achtentwintig gezichten kijken naar jou. De werkbladen die je gisteravond nog wilde kopiëren, liggen in de printer die al sinds maandag vastloopt.
Iedere leraar kent dit moment. Het is niet de grootste ramp van je week, maar het is wel de druppel. Een les vraagt al al je aandacht en al je flexibiliteit, en nu moet je ook nog improviseren. De verleiding is groot om terug te vallen op wat altijd kan: «Pak je boek en maak opdracht 1 tot en met 5.»
Dit stuk gaat over een ander antwoord.
Een zwarte beamer is een uitnodiging
Wie een les vaker geeft, merkt dat die zichzelf gaat draaien. Dezelfde dia's, dezelfde volgorde, dezelfde vragen. Leraren vertellen in interviews en podcasts dat juist dat aan hen vreet: niet de klas, maar de herhaling.
Een les zonder techniek is een goed moment om iets te doen wat je niet elke dag doet. Want een werkvorm is geen app. Het is een vaste volgorde van stappen: wie praat, met wie, en hoe lang. Die stappen werken op het digibord, op een krijtbord, en ook als je ze gewoon hardop zegt.
Geen printer? Deze werkvormen draaien op het bord, zonder één kopietje
Stijgen & Dalen. Je zet een stelling op het bord. Wie het eens is, staat op. Wie het oneens is, blijft zitten. Daarna licht iemand zijn positie in één zin toe. Eén stelling is één ronde van ongeveer anderhalve minuut. Op LudensFlow typ je de stellingen in en loopt de tijd per stap mee op het bord.
Binnenkring & Buitenkring. De klas staat in twee kringen tegenover elkaar, zodat iedereen een maatje heeft. Eerst stil nadenken, dan een gesprek met je maatje, dan schuift de buitenkring één plek op. Het enige materiaal zijn je vragen. Het bord laat de vraag zien, de tijd, en het moment waarop de buitenkring opschuift.
Quiz met bewegen. De klas loopt rond en overhoort elkaar in steeds nieuwe tweetallen. Vraagkaartjes printen mag, maar het hoeft niet: zet de vragen op het scherm.
Foutenjacht. Op het bord staat een uitgewerkte opgave met genummerde regels en precies één foute regel. Iedereen zoekt eerst alleen, overlegt dan met een maatje en laat het regelnummer zien op een wisbordje of een papiertje.
Je vragen en stellingen hoef je niet over te typen. Met een gratis account maak je een foto van de bladzijde uit je methode, en LudensFlow maakt er lijsten van die je zelf nakijkt, aanpast en in de werkvorm zet. Je voorbereiding blijft bewaard, dus de volgende keer staat hij gewoon klaar.
Geen scherm? Dan heb je de stappen
Doet de beamer het niet, dan werken veel werkvormen ook zonder scherm, zolang jij de stappen kent.
Binnenkring & Buitenkring. Stel de vraag hardop en houd zelf de tijd bij: twintig seconden stil nadenken, iets meer dan een minuut praten, en dan schuift de buitenkring één plek op.
Stijgen & Dalen. Lees de stelling voor. De klas antwoordt met het lichaam, daar is geen scherm voor nodig.
Doe mij na. Tweetallen, met de ruggen naar elkaar toe. A bouwt of tekent iets en vertelt elke stap hardop. B maakt het na op alleen de woorden. Daarna leggen ze het naast elkaar en wisselen ze van rol. Pen en papier is genoeg.
Foutenjacht. Schrijf de uitgewerkte opgave met krijt op het bord.
Een tip die ervaren leraren aan beginners geven: houd een paar opdrachten paraat waarvoor pen en papier genoeg is. Kijk vandaag de stappen van twee of drie van deze werkvormen door. Dan hoef je op de dag dat het misgaat niets te zoeken.
Plan B kan je nieuwe plan A worden
Op de dag dat de techniek uitvalt, gebeurt er vaak iets wat je niet had gepland. De klas praat met elkaar, staat op, beweegt. En je hoort leerlingen die je anders niet hoort, want een stille klas is nog geen klas die meedoet.
Misschien wordt de werkvorm die je die dag uit nood koos, het vaste begin van je week. Niet omdat de techniek faalde, maar omdat je even iets anders deed dan de zestiende keer dezelfde les.
Alle werkvormen op LudensFlow kun je gratis openen, en zonder account op het bord zetten. Kijk vandaag de stappen door, dan heb je je plan B klaar.

