Daily Scrum

De daily scrum is een korte ronde aan het begin van elk werkmoment in een project: het team staat in een kring, en ieder beantwoordt om de beurt drie vragen. Wat heb ik sinds de vorige keer gedaan, wat ga ik nu doen, en waar loop ik tegenaan? Iedereen heeft één minuut, de beurt gaat rond, en niemand wordt overgeslagen. Wie vastzit, zegt dat; het oplossen gebeurt ná de kring, met de twee die het aangaat. Zo weet het hele team in een paar minuten wat af is, wat er nu gebeurt en waar iemand hulp nodig heeft. De vorm komt uit Scrum, de werkwijze van softwareteams, en past in de klas bij elk project dat meerdere lessen loopt: een projectweek, een werkstuk, een musical. Voor één losse les is hij niet bedoeld; hij ontleent zijn waarde aan de vorige keer.

4 beurten · ± 7 min

Zet op het bord

Eén scherm: het doel van het team, hoe groot het team is en de tijd per beurt. Alleen jij ziet het, de klas pas als jij op Starten drukt.

Precies dit zet je op het digibord. De timer geeft iedereen om de beurt dezelfde tijd, en jij houdt de regie: pauzeren, tijd erbij of door naar de volgende. De drie vragen staan klaar; het doel van het team typ je zelf.

Zo ziet de klas het op het bord

Ieder teamlid om de beurt · ± 1 min per persoon · drie vragen

Daily Scrum
0s bezig · nog ± 4 min
Beurt 1 van 4
stap 1/1 · Om de beurt, één minuut per persoon
Een werkende eerste versie voor vrijdag
Jouw beurt: drie korte antwoorden.
1:00
één persoon aan het woord
Beurt · 1 min
← Vorige
Volgende stap →

Voor jou: De drie vragen zijn de werkvorm. Houd het bij benoemen; oplossen komt na de kring. Jij doet niet mee.

Groepsgrootte

teams van 2–8 · meer teams tegelijk

Duur

± 7 min

incl. uitleg en terugblik

Niveau

vanaf groep 5 tot volwassenen

Materiaal

niets, staan helpt

Vorm

het team in een kring, om de beurt

Doel

afstemmen in een paar minuten

Check vóór de eerste keer twee dingen. Loopt het project over meerdere lessen, met vaste teams? Een daily scrum zonder vorige keer heeft niets om op terug te kijken. En weet iedereen dat er in de kring niets wordt opgelost? Zeg dat hardop: benoemen mag, het gesprek over de oplossing komt erna.

Stap-voor-stap instructie

3 stappen

Ga als team in een kring staan

Staand blijft het kort: niemand houdt een betoog op zijn voeten. Jij doet niet mee: jij houdt de tijd.

Om de beurt, één minuut per persoon

Ieder beantwoordt dezelfde drie vragen binnen zijn eigen minuut: wat heb ik sinds de vorige keer gedaan, wat ga ik nu doen, en waar loop ik tegenaan? De beurt gaat rond en niemand wordt overgeslagen.

Benoemen, niet oplossen

Zit iemand vast, dan wordt dat gezegd en genoteerd. Het gesprek over de oplossing komt ná de kring, met de twee die het aangaat, niet met het hele team erbij.

Elke persoon is een eigen beurt, dus de lengte volgt de teamgrootte: vier beurten van een minuut zijn, met opstaan en reflectie erbij, samen ongeveer zeven minuten. Boven de acht mensen: splits in twee kringen die tegelijk staan.

Waarom werkt dit?

Een team dat samen aan een project werkt, verliest zelden tijd aan het werk zelf, maar wel vaak aan wat niemand wist: dat iets al af was, dat twee mensen hetzelfde deden, dat iemand al twee lessen vastzat. De daily scrum maakt dat in een paar minuten zichtbaar. Drie dingen doen het werk: de drie vragen, de beurt die rondgaat, en de afspraak dat er in de kring niets wordt opgelost.

Drie vragen, drie dingen zichtbaar

De eerste vraag maakt zichtbaar wat af is, de tweede wat er nu gebeurt, en de derde waar iemand vastzit. Die derde is de reden dat het team bij elkaar staat: daar kan het elkaar helpen. Haal je hem weg, dan wordt de kring een rondje verslag uitbrengen. Je mag de vragen veranderen voor je eigen project (de werkvorm laat dat toe), maar weet dan wat je ermee weggeeft.

De beurt gaat rond

Iedereen komt aan de beurt, in volgorde, met één minuut. Dat is het tweede deel van de methode: zonder die volgorde praten de twee die toch al praatten, en zegt de laatste „zelfde als hij”. Een minuut is lang genoeg voor drie korte antwoorden en te kort om met oplossen te beginnen. Daarom staat „Automatisch verder” hier standaard aan: bij 0:00 geeft de klok de beurt door, en hoef jij niemand af te kappen.

Benoemen, niet oplossen

Zit iemand vast, dan wordt dat gezegd en genoteerd, en daar stopt het. Het gesprek over de oplossing komt ná de kring, met de twee die het aangaat, niet met het hele team erbij. Zo blijft de ronde kort, en hoort iedereen wel wie er hulp nodig heeft. Een kring die elk probleem meteen oplost, is na drie keer een vergadering van twintig minuten.

Wanneer wel, wanneer niet

Wanneer wel

  • Bij een project dat meerdere lessen loopt. Een projectweek, een werkstuk, een onderzoek, een musical: elke les begint met een paar minuten waarin het team weet waar het staat.
  • Als ieder in het team een eigen deel doet. Bij een taakverdeling ziet niemand wat de anderen doen. De tweede vraag (wat ga ik nu doen?) voorkomt dat twee mensen hetzelfde maken.
  • Als je wilt weten waar het vastzit. De derde vraag brengt aan het licht wat anders pas bij de deadline blijkt. Jij hoort het in de kring, en helpt daarna gericht.
  • Om leerlingen bondig te leren melden. In één minuut zeggen wat af is, wat je gaat doen en waar je vastzit, is een vaardigheid die ook buiten het project van pas komt.
  • Met collega's, in een drukke periode. Een sectie in de toetsweek, een werkgroep die de open dag organiseert: een paar minuten staand, en iedereen weet wie wat doet.

Wanneer niet

  • Als losse werkvorm in één les. De vragen gaan over wat je sinds de vorige keer deed en wat je nu gaat doen; zonder vorige keer is er weinig te melden. Wil je in één les van iedereen kort iets horen, neem dan om de beurt.
  • Om een probleem samen op te lossen. In de kring wordt benoemd, niet opgelost. Loopt het hele team vast, neem daar na de kring tijd voor, met het slechtste plan als de groep zichzelf in de weg zit, of met vijf keer waarom als één probleem blijft terugkomen.
  • Met meer dan acht mensen in één kring. Dan duurt de ronde langer dan hij belooft, en luistert de laatste niet meer naar de eerste. Splits in twee kringen die tegelijk staan.

Voorbeelden per context

Mentoruur · Projectweek
  • Op vrijdag een werkende eerste versie van ons project
Kant-en-klaar openen· 7 minAndere werkvormen voor Mentoruur, ook kant-en-klaar →
Profielwerkstuk: Een tweetal dat maanden aan één onderzoek werkt: twee beurten, en de derde vraag is de belangrijkste.
Techniek: Een bouwopdracht over vier lessen: wat heb ik gebouwd, wat bouw ik nu, wat werkt nog niet?
Eindmusical: Teams voor decor, kostuums en tekst, elk een eigen kring, tegelijk.
Onderzoek: Een onderzoek in groepjes: wat heb ik gemeten, wat meet ik nu, waar loop ik vast?
Teamoverleg · Samen een toets maken
  • Vóór de vakantie één gezamenlijke toets voor alle eerste klassen
Kant-en-klaar openen· 9 minAndere werkvormen voor Teamoverleg, ook kant-en-klaar →

Varianten

Eigen vragen de drie vragen zijn de werkvorm, maar ze zijn van jou. Via „Andere vragen stellen” zet je ze in je eigen woorden, en ze reizen mee met je voorbereiding. Houd de derde („waar loop ik tegenaan?”) in welke vorm dan ook.
Met een doel op het scherm vul in waar het team deze week naartoe werkt. Die zin staat bij elke beurt op het scherm, zodat de antwoorden ergens tegenaan gehouden worden. Zonder doel gaan de antwoorden over vandaag in plaats van over de week.
Korter of langer per beurt een minuut is de standaard. Een halve minuut is genoeg voor een snelle check; een klas die het nog moet leren, krijgt eerst anderhalve minuut per beurt en gaat terug naar één minuut zodra het lukt.
Een parkeerplaats noteer wat vastzit op het bord, en pak het direct na de kring op, met alleen de betrokkenen.
Met een takenbord combineer de kring met een bord met drie kolommen (te doen, mee bezig, klaar), zodat de antwoorden naar echte taken wijzen.

Per leeftijd

Kleuters tot groep 4. Niet voor deze leeftijd. De werkvorm vraagt een project dat over meerdere lessen loopt, vaste teams, en dat je in één minuut kunt vertellen wat je deed, wat je gaat doen en waar je vastzit. Wil je dat ieder kort iets vertelt, neem dan om de beurt: bij kleuters in de kring met jou als regisseur, vanaf groep 3 in groepjes.
Groep 5–6. Kan, in een projectweek en met teams van drie of vier. Zet de vragen in hun eigen woorden („wat heb ik gedaan, wat ga ik doen, wat lukt niet?”) en geef ze de eerste keer anderhalve minuut. Doe het eerst één keer voor met één team, terwijl de klas meekijkt.
Groep 7–8. Werkt goed bij een werkstuk, de eindmusical of een project over meerdere weken. De valkuil is de derde vraag: „nergens” is het makkelijkste antwoord. Vraag daar na de kring op door: waar ging het langzamer dan je wilde?
Onderbouw vo. Werkt goed bij projecten en praktische opdrachten die over meerdere lessen lopen, in vaste teams. Houd de minuut strak; de speler geeft de beurt vanzelf door.
Bovenbouw vo, mbo en volwassenen. Hier komt de vorm helemaal tot zijn recht: een profielwerkstuk, een stageopdracht, een team in een drukke periode. Bij volwassenen is de valkuil een derde vraag die een klaagmoment wordt; houd het bij benoemen.

Veelgemaakte fouten

Zelf meepraten. Sta jij in de kring, dan vertelt iedereen het aan jou in plaats van aan het team. Jij doet niet mee: jij houdt de tijd.
Oplossen in de kring. Benoemen mag; oplossen gebeurt erna, met de twee die het aangaat. Anders is de kring na drie keer een vergadering.
De derde vraag overslaan. Zonder „waar loop ik tegenaan?” is het een rondje verslag. Die vraag is de reden dat het team bij elkaar staat.
Beurten zonder grens. Dan praat de eerste vier minuten en zegt de laatste „zelfde als hij”. Laat de klok de beurt doorgeven.
Het één keer doen. De waarde zit in de herhaling: elke keer begint bij de vorige. Een daily scrum die één keer plaatsvindt, is een rondje.

Veelgestelde vragen

Wat is een daily scrum?

Een korte, vaste ronde aan het begin van elk werkmoment in een project. Het team staat in een kring, en ieder beantwoordt om de beurt drie vragen in één minuut: wat heb ik sinds de vorige keer gedaan, wat ga ik nu doen, en waar loop ik tegenaan? Wie vastzit, zegt dat; het oplossen gebeurt na de kring, met wie het aangaat. De vorm komt uit Scrum, een werkwijze voor teams die in korte cycli werken; in veel teams heet hij gewoon de stand-up.

Hoe lang duurt een daily scrum?

Met de standaardinstellingen duurt de hele werkvorm ± 7 minuten: 4 rondes, uitleg en terugblik inbegrepen.

Eén minuut per persoon. Een team van vier heeft dus vier minuten aan beurten; de voorbereiding telt er een minuut bij om op te staan en een kring te vormen, en twee minuten reflectie aan het eind: samen ongeveer zeven minuten. Met een team van acht duurt het ongeveer elf minuten. De tijd per beurt stel je zelf in, in stappen van vijftien seconden, en de speler geeft de beurt vanzelf door aan de volgende. Boven de acht duurt de ronde langer dan hij belooft; splits het team dan in twee kringen.

Welke drie vragen, en mag je ze veranderen?

De standaardvragen zijn: wat heb ik sinds de vorige keer gedaan, wat ga ik nu doen, en waar loop ik tegenaan? Ze staan er niet toevallig zo: de eerste maakt zichtbaar wat af is, de tweede wat er nu gebeurt, de derde waar iemand vastzit. Je mag ze veranderen, in de voorbereiding onder „Andere vragen stellen”, bijvoorbeeld in woorden die jonge leerlingen gebruiken. Houd wel de derde vraag, in welke vorm ook: die is de reden dat het team bij elkaar staat. Zonder die vraag wordt het een rondje verslag.

Waarom staat het team?

Omdat staand niemand een betoog houdt. Wie staat, zegt wat hij te zeggen heeft en is klaar; wie zit, leunt achterover en vertelt. Staan is daarom een hulpmiddel, geen regel: kan het niet, omdat het lokaal vol staat of iemand niet kan staan, dan werkt het zittend ook. Let dan extra op de minuut.

Wat doe je met wat vastzit?

Je noteert het, en je pakt het op na de kring. In de kring zegt iemand alleen waar hij vastzit; het gesprek over de oplossing voer je daarna, met de twee of drie die het aangaat. Een bord met een „parkeerplaats” helpt: daar komt te staan wat na de kring besproken moet worden. Voor jou als leerkracht is dit de waardevolste minuut van de les: je hoort precies waar je hulp nodig is.

Hoe doe je het met een hele klas?

Elk team staat in een eigen kring, en alle kringen staan tegelijk. Het scherm telt de beurten mee („Beurt 3 van 4”) en geeft voor alle kringen tegelijk de beurt door. Zijn de teams niet even groot, stel dan de grootte van het grootste team in; een kleiner team is dan eerder klaar en wacht. Jij loopt langs de kringen en luistert vooral naar de antwoorden op de derde vraag.

Doe je als leerkracht mee?

Nee. Jij houdt de tijd, en je luistert. Een leerkracht in de kring maakt er een voortgangsgesprek van waarin iedereen aan jou vertelt in plaats van aan het team. Wat je in de kring hoort (vooral bij de derde vraag), gebruik je erna: daar weet je wie je als eerste helpt.

Is dit hetzelfde als Scrum?

Het is één onderdeel ervan. Scrum is een werkwijze voor teams die in korte cycli werken, beschreven door Ken Schwaber en Jeff Sutherland in de Scrum Guide; de daily scrum is daarin het korte, dagelijkse moment waarop het team afstemt. De drie vragen staan niet meer in die gids (sinds 2020 kiest het team zelf de vorm), maar ze zijn de klassieke invulling ervan. In Nederland bracht eduScrum de werkwijze naar de klas, met een korte stand-up aan het begin van de les. LudensFlow neemt alleen de daily scrum over, en in de taal van een klas: geen sprints, geen jargon, wel de drie vragen en de afspraak dat oplossen na de kring gebeurt.

Wat is het verschil met om de beurt?

Om de beurt verzamelt veel korte antwoorden op één open vraag, in groepjes van twee tot zes, in elke les en over elk onderwerp. De daily scrum stelt altijd dezelfde drie vragen over je eigen werk, in een vast projectteam, aan het begin van elk werkmoment. Het eerste is een manier om iedereen aan het woord te laten; het tweede is een manier om een project op koers te houden.

Hoe begeleid je een daily scrum?

Vooraf: vaste teams, en eventueel een doel voor de week op het scherm. Bij de start: laat de teams opstaan en een kring vormen, en zeg dat er in de kring niets wordt opgelost. Tijdens de beurten: houd de tijd, doe niet mee, en noteer wat vastzit. Na de kring: pak eerst op wat vastzat, met alleen de betrokkenen. En doe het elke les opnieuw: de derde keer gaat het al sneller dan de eerste.

Samenwerken aan een project: welke vorm past?

WerkvormDoelGroepDuurWanneer passend
Daily Scrumkort afstemmen aan het begin van een werkmomentteams van 2–8± 7 mineen project dat meerdere lessen loopt
Om de beurtveel korte antwoorden verzamelen2–6± 12 minopen vraag, snel, geen materiaal
Pomodoro: aan de slaggeconcentreerd werken in blokken, met een echte pauzealleen, hele klas tegelijk± 40 minwerk dat aandacht vraagt, geen overleg
Feedback op tourneefeedback op elkaars werk ophalen2–8 teams± 30 minhalverwege een project of ontwerp
1 gaat, 3 blijvenophalen wat andere teams vondenteams van 4± 20 minelk team heeft iets wat de andere niet hebben
Het slechtste planzien wat je jezelf in de weg legtalleen of in groepjes± 19 minhet project zit vast

Bronnen

  • Ken Schwaber & Jeff Sutherland, The Scrum Guide (2020). De daily scrum: een kort, vast moment waarop het team zelf afstemt.
  • Arno Delhij, Rini van Solingen & Willy Wijnands, The eduScrum Guide (2015). Scrum in de klas: vaste teams, een takenbord en een korte stand-up aan het begin van de les.

Samengesteld door Oksana Oliinyk · Laatst bijgewerkt 25 september 2026

Was deze pagina nuttig?

Na je antwoord stellen we nog drie korte vragen. Een halve minuut, en je helpt ons echt.