Voorspel – Kijk – Verklaar

Verwerken & verbinden

Voorspel – Kijk – Verklaar is een werkvorm voor de bètavakken waarin leerlingen eerst opschrijven wat er gaat gebeuren en waarom, en pas daarna kijken. Op het bord staat de opstelling van een proef, een filmpje of een afbeelding, met één vraag: «Wat gebeurt er als …?» Ieder voorspelt alleen, tweetallen vergelijken, de voorspellingen van de klas komen op het bord, en dan kijkt iedereen in stilte. Daarna houdt ieder ✓ of ✗ omhoog, zoeken tweetallen uit wat er in hun redenering niet klopte, en legt een geloot tweetal het uit aan de klas. Zo wordt een demonstratie geen voorstelling maar een toets van wat de klas dacht.

Eén proef · ± 17 min

Zet op het bord

Eén scherm: de vraag, een link naar een filmpje, afbeelding of dia's als je die hebt, en één zin over wat er klaarstaat. Of laat de AI vijf proeven voorstellen bij jouw onderwerp. Alleen jij ziet het, de klas pas als jij op Starten drukt.

Precies dit zet je op het digibord. De timer loopt per stap, «Kijk. Stil.» wacht op jou, en jij houdt de regie: pauzeren, tijd erbij of door naar de volgende stap. De vraag typ je zelf, of met een gratis account stelt de AI vijf proeven voor bij jouw onderwerp.

Zo ziet de klas het op het bord

7 stappen · één proef, ± 11 min

Voorspel – Kijk – Verklaar
0s bezig · nog ± 11 min
stap 1/7
stap 1/7 · Voorspel
Wat gaat er gebeuren? Schrijf het op, met waarom. Nog niet overleggen.
1:30
iedereen alleen, in stilte
Voorspellen · 1:30
Vergelijken · 1:30
Bord · 2 min
Kijken · 0s
Klopte het? · 1 min
Verklaren · 2 min
Uitleggen · 3 min
← Vorige
Volgende stap →

Voor jou: Kijk alleen of iedereen iets opschrijft. Zeg niet of het klopt, ook niet met je gezicht.

Groepsgrootte

alleen, dan in tweetallen · hele klas

Duur

± 17 min

incl. uitleg en terugblik

Niveau

groep 7–8 · vo · mbo

Materiaal

wisbordje of papier, ✓/✗-stemkaarten, letterkaart A/B; een filmpje of een proef voor de klas

Vorm

alleen → tweetal → klas

Doel

een voorspelling toetsen en verklaren

Check vóór de eerste keer één ding: kan de klas de uitkomst beredeneren, zonder hem al te weten? Een goede demonstratie heeft een uitkomst die je met wat voorkennis kunt voorspellen, en die een deel van de klas toch verrast. Weet iedereen het antwoord al, dan valt er niets te verklaren. Kan niemand er iets over zeggen, dan wordt voorspellen gokken. Kies daarom een proef bij stof die de klas half kent.

Verloop in één oogopslag

± 17 min totaal
alleen, in stiltein tweetallende hele klasde demonstratie, in stilte

De minuten hierboven zijn de standaardtijden, geen script: wie de werkvorm voorbereidt, stelt zelf per stap de tijd in. Stap 2 heeft één klok voor twee beurten: halverwege geeft het scherm de beurt vanzelf aan B. Stap 4 heeft geen klok: een proef duurt zo lang als hij duurt, en jij gaat verder als hij klaar is. Stap 7 groeit met het aantal uitleggen dat je hardop wilt horen, standaard drie.

Stap-voor-stap instructie

7 stappen

Voorspel

1,5 minalleen, in stilte

Op het bord staat één vraag, «Wat gebeurt er als …?», en wat er klaarstaat: de opstelling van een proef, of het beginbeeld van een filmpje. Iedereen schrijft op papier of een wisbordje wat er gaat gebeuren, en waarom. Wie twijfelt, kiest toch één antwoord.

Vergelijk met je maatje

1,5 minin tweetallen

A vertelt wat er volgens A gebeurt en waarom; B luistert. Halverwege geeft het scherm de beurt aan B: denken jullie hetzelfde? Wat op papier staat, blijft staan.

Voorspellingen op het bord

2 minde hele klas

De klas noemt de voorspellingen die er zijn, en jij typt elke andere in een eigen tegel op het digibord, in de woorden van de klas. Je bevestigt niets: wie gelijk heeft, ziet de klas zo.

Kijk. Stil.

1 minde demonstratie, in stilte

Je laat de proef zien: het filmpje, de afbeelding of de dia's op het bord, of je doet het zelf voor. Iedereen kijkt, niemand zegt iets tot het voorbij is. Deze stap heeft geen timer: hij duurt zo lang als de proef, en jij gaat verder.

Klopte het?

1 minde hele klas

Op drie houdt iedereen de ✓- of ✗-kaart omhoog voor de eigen voorspelling, allemaal tegelijk. Daarna tik jij op elke tegel van het bord ✓ of ✗. Een ✗ is geen fout: daar begint de uitleg.

Verklaar samen

2 minin tweetallen

Waarom gebeurde het zo? Het tweetal zoekt een uitleg, ook voor de voorspelling die niet uitkwam: wat dachten we eerst, en wat denken we nu? Allebei moeten ze de uitleg kunnen vertellen.

Leg uit aan de klas

3 minde hele klas

Het scherm trekt een tweetal, dat zijn uitleg vertelt; de klas vult aan of geeft een andere uitleg. Je trekt opnieuw, standaard drie keer, en een tweetal dat al sprak komt niet nog eens. Pas na de laatste uitleg vul jij aan wat nog ontbreekt.

Heb je geen filmpje of afbeelding, laat het veld voor de link dan leeg: dan doe je de proef zelf voor, en de zin over wat er klaarstaat komt op het bord.

Welke leerstrategie traint de klas?

Voorkennis ophalen

Leerlingen halen eerst op wat ze al weten, voordat er iets nieuws bij komt. Nieuwe stof hecht zich aan wat er al zit, dus wat eerst boven komt, maakt het nieuwe beter te onthouden. Bron: Wijze lessen (Surma e.a., 2019), bouwsteen ‘activeer voorkennis’.

Op het bordWat weet je al? · Je haalt eerst op wat je al weet. Aan iets bekends blijft het nieuwe beter hangen.

Ook te trainen met deze werkvorm

  • Eerst antwoorden, dan kijken · Eerst opschrijven, dan pas kijken: ✓ of ✗ naast je eigen voorspelling.(taal: woorden · tekstvakken)
  • Toepassen op iets nieuws · Vóór de formule: het begrip moet iets voorspellen in een nieuwe situatie.(exacte vakken)
  • Vragen waarom het zo is · Verklaren is de derde stap: waarom gebeurde wat je zag?(natuurvakken · tekstvakken)
Werkblad: Voorspelling · Waarneming · VerklaringPDFVoor thuis: Wat weet je al?PDF

Alle leerstrategieën, met bronnen →Alle werkbladen →

Waarom werkt dit?

Een demonstratie is een van de sterkste momenten in een bètales, en ook een van de makkelijkst verspilde. De klas kijkt, iemand roept "cool", en een week later weet niemand meer wat het liet zien. Voorspel – Kijk – Verklaar zet er drie dingen omheen die het kijken tot leren maken.

Een voorspelling op papier laat de verrassing werken

Catherine Crouch, Eric Mazur en collega's onderzochten in 2004 wat studenten natuurkunde onthouden van demonstraties in het college. Wie alleen had gekeken, begreep het principe niet beter dan wie de demonstratie nooit had gezien. Wie vooraf de uitkomst had voorspeld, begreep het duidelijk beter. Garvin Brod en collega's (2018) lieten zien waarom dat zo kan werken: een verrassing ontstond alleen als iemand vooraf iets had voorspeld, en hoe sterker die verrassing, hoe meer er geleerd werd. Een verkeerde voorspelling die je zelf hebt opgeschreven, onthoud je. Een uitkomst die je alleen hebt gezien, is vermaak. Daarom schrijft iedereen in stap 1 iets op, en niet alleen wát er gebeurt, maar ook waarom.

Stil kijken, zodat ieder zijn eigen uitkomst ziet

In elke klas zit iemand die bij de eerste beweging roept wat er gebeurt. Op dat moment hoort de rest het antwoord, in plaats van het te zien, en vergelijkt niemand meer zelf met wat hij had opgeschreven. «Kijk. Stil.» is daarom een eigen stap, en geen opmerking tussendoor. Iedereen kijkt met de eigen voorspelling nog in het hoofd, en de vraag "klopte het?" beantwoordt ieder pas daarna, met een kaart in de lucht.

De uitleg gaat over de voorspelling, niet alleen over de stof

Na de demonstratie is het verleidelijk om zelf uit te leggen hoe het zit. Dan hoort de klas het juiste antwoord, maar blijft de oude redenering staan. In stap 6 zoekt het tweetal uit waarom het zo ging, en vooral wat er mis was in de voorspelling die niet uitkwam. Die vraag maakt het denkbeeld zichtbaar dat de verkeerde kant op wees. Het tweetal dat in stap 7 uitlegt, wordt door het scherm geloot. Omdat niemand weet wie aan de beurt komt, heeft elk tweetal een uitleg klaar, en niet alleen de vingers die altijd omhoog gaan.

De demonstratie: een link of een proef voor de klas

De inhoud is van jou: één voorspelvraag en één demonstratie. De vraag begint het liefst met «Wat gebeurt er als …?» en noemt precies wat er verandert: "Wat wijst de weegschaal aan als de suiker in het water is opgelost?" is beter dan "Wat gebeurt er met de suiker?"

Een link. Plak in de voorbereiding een link naar een filmpje, een afbeelding of dia's. Tijdens het voorspellen staat de opstelling op het bord, de uitkomst nog niet: het filmpje start pas als jij in stap 4 op afspelen drukt. Kies een filmpje dat eerst rustig de opstelling laat zien, en kijk vooraf of de titel de uitkomst niet verraadt.

Een proef voor de klas. Doe je de proef zelf, laat het linkveld dan leeg en beschrijf in een korte zin wat er klaarstaat: "Twee bekers water, één met zout. In elke beker gaat een ijsblokje." Die zin staat op het bord terwijl de klas voorspelt. Zet de proef zo neer dat iedereen hem kan zien, en probeer hem vóór de les één keer.

Kant-en-klaar. Voor natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde staan er voorbereidingen klaar, met een vraag en een demonstratie. Je vindt ze hieronder bij de voorbeelden. Open er een, kijk hoe het loopt, en vervang daarna de vraag en de link door die van jou.

Wanneer wel, waar je op let

Wanneer wel

  • Als je een hardnekkig misverstand verwacht. Zware dingen vallen sneller, planten halen hun voedsel uit de grond, opgeloste suiker weegt niets meer. Wie het misverstand eerst opschrijft en het dan ziet stranden, laat het makkelijker los dan wie alleen het goede antwoord hoort.
  • Aan het begin van een nieuw hoofdstuk. De voorspellingen op het bord laten in één oogopslag zien wat de klas al denkt, voordat jij iets hebt uitgelegd. Dat is het startpunt van je uitleg, en de klas wil daarna weten hoe het zit.
  • Bij een proef die je anders alleen zou voordoen. Elke demonstratie die je toch al laat zien, wordt sterker met een voorspelling ervoor. Het kost een paar minuten extra, en de hele klas doet mee in plaats van één leerling die helpt.
  • Als je wilt horen hoe ze redeneren. Loop in stap 2 rond en luister naar het waarom achter de voorspellingen. Een goed antwoord met een verkeerde reden hoor je hier, en op een nagekeken toets niet.
  • Ook buiten de bètavakken. Een grafiek die je pas na de voorspelling toont, een uitslag, een historische afloop: overal waar de klas iets kan beredeneren voordat het onthuld wordt, werkt de vorm. Alleen de demonstratie verandert.

Waar je op let

  • Als de uitkomst bekend is: kies een andere vraag. Een proef die al in het boek staat, of die de klas vorig jaar zag, levert geen verrassing op. Draai de vraag dan een kwartslag: wat gebeurt er als je één ding verandert?
  • Zonder voorkennis: geef eerst een aanknopingspunt. Kan niemand iets beredeneren, dan wordt de voorspelling een gok, en een gok verklaren levert weinig op. Een korte vraag vooraf helpt: wat weten we al over drijven en zinken?
  • Bij een proef die soms mislukt: probeer hem vooraf. Een proef die voor de klas anders uitpakt dan bedoeld, is geen ramp, maar wel een andere les. Doe hem een keer van tevoren, of kies een filmpje van dezelfde proef.
  • In een klas die nog weinig Nederlands spreekt: de ISK / NT2-variant. Een voorspelling met een reden erbij is veel taal. Met ISK / NT2 voorspellen leerlingen met een tekening of één woord, beginnen ze met «Ik denk: …», en zijn de stappen korter.
  • Met weinig tijd: de korte variant. Als opener van een les past Kort: kortere stappen, drie voorspellingen op het bord en twee uitleggen hardop. De volgorde blijft gelijk, want juist die doet het werk.

Eén werkvorm, verschillende functies

Als opening van een nieuw onderwerp. Een proef die de klas niet kan verklaren met wat ze al weten. De voorspellingen die niet uitkwamen, zijn de vraag van de les, en de uitleg die volgt is het antwoord waar de klas op zit te wachten.
Midden in de uitleg, vóór de formule. Je hebt het begrip uitgelegd, en nu moet het iets voorspellen. Laat de klas het toepassen op een nieuwe situatie voordat je de formule laat zien: wie het begrip echt snapt, voorspelt goed.
Als korte binnenkomer. Met de variant Kort, en een filmpje van een halve minuut, staat de klas binnen een paar minuten na de bel met een wisbordje in de hand. Een raadsel aan het begin van de les trekt de aandacht naar de stof.
Als afsluiting: voorspelt de klas het nu goed? Aan het eind van een hoofdstuk een proef met hetzelfde principe in een nieuwe vorm. Klopte de voorspelling nu wel, dan weet je dat het begrip overdraagbaar is geworden. Klopte hij niet, dan weet je waar de volgende les begint.
Als peiling van misverstanden voor een hoofdstuk. De tegels op het bord zijn een momentopname van wat de klas denkt. Maak er een foto van: aan het eind van het hoofdstuk leg je dezelfde vraag nog eens voor, en de klas ziet zelf wat er veranderd is.

Voorbeelden per context

Natuurkunde · Vallen
  • Wat gebeurt er als ik een zware en een lichte bal van dezelfde grootte tegelijk loslaat?
Kant-en-klaar openen· 17 min
Scheikunde · Oplossen
  • Wat wijst de weegschaal aan als de suiker helemaal is opgelost?
Kant-en-klaar openen· 17 min
Biologie · Osmose
  • Wat is er gebeurd met een reepje aardappel dat een half uur in zout water lag, en met een reepje uit gewoon water?
Kant-en-klaar openen· 17 minAndere werkvormen voor Biologie, ook kant-en-klaar →
Wiskunde · Oppervlakte
  • Wat gebeurt er met de oppervlakte van een vierkant als de zijden twee keer zo lang worden?
Kant-en-klaar openen· 17 minAndere werkvormen voor Wiskunde, ook kant-en-klaar →
Nask (onderbouw): "Twee bekers water, één met veel zout. In elke beker een ijsblokje. Welk ijsblokje is het eerst gesmolten?" Dat in het zoete water. Een uitkomst die bijna niemand verwacht, en een goed begin voor dichtheid en stroming.
Aardrijkskunde: "Twee bakken aarde op een helling, één met gras, één kaal. Wat gebeurt er als het regent?" Uit de kale bak loopt modderig water met aarde mee. Een gieter is genoeg voor een les over erosie.

Varianten

ISK / NT2 deze variant laat leerlingen voorspellen met een tekening of één woord, en het tweetal begint met «Ik denk: …». De stappen zijn korter. Een proef die je ziet, vraagt weinig taal, en het verklaren kan beginnen bij wijzen: dit ging anders dan ik dacht.
Kort deze variant is een opener: kortere stappen, drie voorspellingen op het bord en twee uitleggen hardop. Geschikt voor een filmpje van een halve minuut aan het begin van de les.
Live voor de klas laat het linkveld leeg en beschrijf de opstelling in één zin. Die zin staat op het bord terwijl de klas voorspelt. In stap 4 doe jij de proef, en het bord zegt alleen: kijk, en zeg nog niets.
Met een afbeelding of grafiek de demonstratie hoeft niet te bewegen. Een grafiek met echte metingen, een kaart of een foto van de afloop werkt net zo: de klas voorspelt de vorm van de lijn, en jij laat hem pas in stap 4 zien.
Meer of minder op het bord het aantal voorspellingen op het bord stel je in, van twee tot zes. Twee is genoeg als de vraag een ja of nee is; bij een open vraag laten vier tot zes tegels zien hoe verschillend de klas denkt.
Meer of minder uitleg hardop standaard legt een geloot tweetal drie keer uit. Bij een kleine klas of een korte les is één genoeg; wil je alle tegels met een ✗ besproken hebben, zet het dan hoger, tot vijf.

Per leeftijd

Basisschool (groep 7–8). Bij natuur en techniek: drijven en zinken, schaduwen, smelten. Laat de reden kort zijn ("omdat het zwaar is") en vraag in stap 6 vooral: wat zag je anders dan je dacht? Een tekening als voorspelling werkt hier goed.
Onderbouw vo. Nask en biologie zitten vol met proeven waar de klas een stellige mening over heeft. Vraag nadrukkelijk om het waarom, want daar zit het misverstand. Een wisbordje maakt het voorspellen snel en zichtbaar.
Bovenbouw vo. Kies demonstraties waarbij de voorspelling een berekening of een model vraagt: een slinger met een twee keer zo lang touw, een evenwicht dat verschuift. In stap 6 moet het tweetal dan het model gebruiken om te verklaren, en dat is precies wat het examen vraagt.
Mbo. Neem demonstraties uit het vak: wat doet deeg als het te warm rijst, wat gebeurt er met een lasnaad bij afkoelen, waarom zakt een plank door. Een situatie uit de praktijk maakt de voorspelling echt, en de uitleg bruikbaar.

Veelgemaakte fouten

Een voorspelling zonder waarom. "Hij valt eerder" is een gok. "Hij valt eerder, omdat hij zwaarder is" is een denkbeeld dat je kunt toetsen. Zeg in stap 1 dat de reden erbij hoort, en kijk bij het rondlopen of hij er staat.
De uitkomst verraden. Een titel boven het filmpje, een vraag die het antwoord al bevat, of je eigen gezicht bij het intypen van de voorspellingen. Typ in stap 3 elke voorspelling zonder commentaar, ook de voorspelling waarvan je weet dat hij niet klopt.
Praten tijdens het kijken. Wie roept wat er gebeurt, neemt de anderen hun eigen uitkomst af. Zeg vooraf dat er pas na de demonstratie gepraat wordt, en houd je daar zelf ook aan.
Zelf meteen uitleggen. Na de demonstratie wil je het liefst vertellen hoe het zit. Wacht ermee tot na stap 7: eerst zoeken de tweetallen het zelf uit, en jouw uitleg sluit daarna aan op wat ze zeiden.
Een verkeerde voorspelling als fout behandelen. Een ✗ is het beste materiaal van de les. Als een ✗ voelt als falen, schrijven leerlingen de volgende keer wat ze denken dat jij wilt horen. Bedank hardop het tweetal dat uitlegt waarom het fout ging.
Vingers laten opsteken in stap 7. Dan legt steeds hetzelfde tweetal uit. Het scherm loot een tweetal, en omdat niemand weet wie aan de beurt komt, bereidt elk tweetal in stap 6 een uitleg voor.
Alleen over de stof praten. "Het komt door de zwaartekracht" verklaart de uitkomst, maar niet de voorspelling. Vraag het tweetal ook: wat dachten jullie eerst, en waar zat dat denken naast?

Veelgestelde vragen

Wat is de werkvorm Voorspel – Kijk – Verklaar precies?

Een werkvorm waarin leerlingen de uitkomst van een demonstratie voorspellen voordat ze hem zien, en daarna verklaren wat er gebeurde. Zeven stappen: Voorspel (ieder alleen, in stilte, met de reden erbij); Vergelijk met je maatje (eerst vertelt A, dan B); Voorspellingen op het bord (jij typt de verschillende voorspellingen als tegels); Kijk. Stil. (de demonstratie, iedereen kijkt zonder te praten); Klopte het? (ieder houdt ✓ of ✗ omhoog, jij zet ✓ of ✗ bij elke tegel); Verklaar samen (het tweetal zoekt uit waarom het zo ging en wat er mis was in de voorspelling); Leg uit aan de klas (een geloot tweetal legt uit). In het onderwijsonderzoek heet de aanpak Predict-Observe-Explain, of POE.

Hoe lang duurt Voorspel – Kijk – Verklaar?

Met de standaardinstellingen duurt de hele werkvorm ± 17 minuten, uitleg en terugblik inbegrepen.

Per stap stelt wie de werkvorm voorbereidt zelf de tijd in. Het voorspellen en het vergelijken zijn kort; in stap 2 geeft het scherm halverwege de beurt van A aan B. Stap 4 heeft geen klok: de demonstratie duurt zo lang als hij duurt, en jij klikt verder. Stap 7 groeit met het aantal uitleggen hardop, standaard drie. De variant Kort maakt alle stappen korter en zet er drie tegels en twee uitleggen in.

Waarom moet de voorspelling op papier, en niet alleen in het hoofd?

Omdat een voorspelling in je hoofd achteraf meebeweegt. Wie niets heeft opgeschreven, denkt na de demonstratie al snel "dat dacht ik al", en dan valt er niets te verklaren. Een geschreven voorspelling ligt vast: de leerling ziet zwart op wit dat hij iets anders dacht, en precies die botsing doet het werk. Daarom houdt ieder in stap 5 ✓ of ✗ omhoog voor de eigen voorspelling, en niet voor wat het tweetal later vond.

Waarom kijkt de klas in stilte?

Omdat het antwoord anders gehoord wordt in plaats van gezien. De leerling die als eerste roept wat er gebeurt, beslist voor de hele klas hoe de uitkomst eruitzag, en de rest vergelijkt niet meer met de eigen voorspelling. «Kijk. Stil.» geeft iedereen een eigen moment met de uitkomst. Het gesprek komt daarna, in stap 6, en dan heeft iedereen iets te zeggen.

Wat als iedereen het goed voorspeld had?

Dan wist de klas meer dan je dacht, en dat is ook een uitkomst. Stap 6 gaat dan over de redenen: hadden ze het goed om de goede reden? Vaak blijkt dat niet zo te zijn. Klopten ook de redenen, sla dan de uitleg hardop kort af en stel een moeilijkere vervolgvraag: wat gebeurt er als je één ding verandert?

Hoeveel voorspellingen zet je op het bord?

Standaard vier, en je kunt kiezen van twee tot zes. Je typt alleen voorspellingen die echt verschillen: tien keer "de zware eerst" is één tegel. Begin met de voorspelling die het meest voorkomt en eindig met de verrassendste. Bij een vraag met twee mogelijke uitkomsten zijn twee of drie tegels genoeg; bij een open vraag laten vijf of zes tegels de hele spreiding zien.

Waar vind je een goede demonstratie?

Voor natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde staan er kant-en-klare voorbereidingen bij de voorbeelden op deze pagina. Verder in je eigen practicumbundel, in de demonstratieboeken van de NVON, of in een kort filmpje van een proef die je zelf niet in de klas kunt doen. Zoek je ideeën, vraag dan in Microsoft Copilot naar "demonstraties over [onderwerp] voor leerlingen van [leeftijd] met een uitkomst die veel leerlingen verkeerd voorspellen", en kies er één die je zelf kunt controleren. Het criterium is altijd hetzelfde: de klas kan de uitkomst beredeneren, maar niet zeker weten.

Wat als de proef mislukt?

Dan heb je een echte natuurwetenschappelijke vraag: waarom ging het anders dan verwacht? Zet ✓ en ✗ bij wat er wel gebeurde, en laat de tweetallen in stap 6 bedenken wat er in de opstelling anders was. Wil je de bedoelde uitkomst toch laten zien, toon dan daarna een filmpje van dezelfde proef. Om het te voorkomen: probeer de proef vóór de les één keer.

Waarom loot het scherm een tweetal, en steken leerlingen geen vinger op?

Omdat dan steeds dezelfde tweetallen uitleggen, en de rest geen uitleg hoeft te hebben. Met de loting weet niemand wie er voor de klas spreekt, dus bereidt elk tweetal in stap 6 een uitleg voor. Je loot opnieuw voor elke uitleg, standaard drie keer.

Wat is het verschil met Stijgen & Dalen en Vier hoeken?

Alle drie laten de klas een positie kiezen voordat er gepraat wordt. Stijgen & Dalen en Vier hoeken gaan over meningen en standpunten: er is geen uitkomst die beslist wie gelijk had. In Voorspel – Kijk – Verklaar beslist de demonstratie het wel, en het gesprek gaat daarna over waarom een voorspelling niet uitkwam. Kies Voorspel – Kijk – Verklaar als er een antwoord is dat je kunt laten zien.

Waar komt de werkvorm vandaan?

De aanpak komt uit het onderzoek naar natuurkundeonderwijs. Rond 1980 gebruikten Audrey Champagne, Leopold Klopfer en John Anderson aan de Universiteit van Pittsburgh een volgorde van demonstreren, waarnemen en verklaren om te zien hoe studenten over beweging dachten. Richard White en Richard Gunstone maakten er in hun boek Probing Understanding (1992) Predict-Observe-Explain van: eerst een voorspelling met een reden, dan de waarneming, dan de verklaring van het verschil. Crouch, Mazur en collega's (2004) toonden dat juist het voorspellen een demonstratie leerzaam maakt. In Nederland beschrijven de NVON-demonstratieboeken ShowdeFysica, en de open uitgave Show the Physics van de TU Delft, hoe je voorspellen bij een demonstratie inzet. LudensFlow voegde de opbouw uit het coöperatief leren toe: eerst alleen, dan in tweetallen, dan met de klas, en een geloot tweetal dat uitlegt.

Denken vóór je het weet: welke vorm past?

WerkvormDoelGroepDuurWanneer passend
Voorspel – Kijk – Verklaareen voorspelling toetsen aan een demonstratiealleen, dan tweetallen± 17 mineen uitkomst die de klas kan beredeneren
Welke aanpak?het type opgave herkennen, zonder te rekenenalleen, dan tweetallen± 16 minde klas kent de aanpakken, maar niet wanneer
Design thinking in het kleinde ontwerpcyclus één keer helemaal doorlopenteams van 3–4± 35 minvóór een ontwerpproject, op een kleine opdracht
Stijgen & Dalenpositie tonen: eens of oneenshele klas± 9 minsnel beeld + beweging, binaire keuze
Vier hoekenkiezen uit vier positieshele klas± 13 minnuance en een gesprek per hoek
Genummerde koppensamen zeker weten dat iedereen het snapt2–6± 16 minéén goed antwoord, iedereen verantwoordelijk
Sneeuwbal (1-2-4-All)ideeën verzamelen en ordenen8–32± 18 minopen vraag, iedereen eerst alleen

Werkvormen voor elke fase van de ontwerpcyclus →

Bronnen

  • Richard White & Richard Gunstone, Probing Understanding, Londen: Falmer Press (1992): de oorsprong van Predict-Observe-Explain als manier om te peilen hoe leerlingen denken.
  • Catherine Crouch, Adam Fagen, J. Paul Callan & Eric Mazur, Classroom demonstrations: Learning tools or entertainment?, American Journal of Physics 72(6) (2004), 835–838: alleen kijken leverde geen beter begrip op dan de demonstratie niet zien; eerst voorspellen wel.
  • Matthew Kearney, Classroom use of multimedia-supported predict-observe-explain tasks in a social constructivist learning environment, Research in Science Education 34(4) (2004), 427–453: POE met video in tweetallen, en het gesprek dat voorspellen en redeneren op gang brengen.
  • Garvin Brod, Marcus Hasselhorn & Silvia Bunge, When generating a prediction boosts learning: The element of surprise, Learning and Instruction 55 (2018), 22–31: voorspellen vooraf leverde meer op dan achteraf beoordelen, en verrassing ontstond alleen na een voorspelling.
  • Freek Pols & Peter Dekkers, Show the Physics, TU Delft OPEN Publishing (2024), doi 10.59490/tb.101: 99 natuurkundedemonstraties uit de NVON-reeks ShowdeFysica, met de didactiek van voorspellen bij een demonstratie.

Samengesteld door Oksana Oliinyk · Laatst bijgewerkt 23 oktober 2026

Was deze pagina nuttig?

Na je antwoord stellen we nog drie korte vragen. Een halve minuut, en je helpt ons echt.