Voorspel – Kijk – Verklaar
Verwerken & verbindenVoorspel – Kijk – Verklaar is een werkvorm voor de bètavakken waarin leerlingen eerst opschrijven wat er gaat gebeuren en waarom, en pas daarna kijken. Op het bord staat de opstelling van een proef, een filmpje of een afbeelding, met één vraag: «Wat gebeurt er als …?» Ieder voorspelt alleen, tweetallen vergelijken, de voorspellingen van de klas komen op het bord, en dan kijkt iedereen in stilte. Daarna houdt ieder ✓ of ✗ omhoog, zoeken tweetallen uit wat er in hun redenering niet klopte, en legt een geloot tweetal het uit aan de klas. Zo wordt een demonstratie geen voorstelling maar een toets van wat de klas dacht.
Eén proef · ± 17 min
Zet op het bordEén scherm: de vraag, een link naar een filmpje, afbeelding of dia's als je die hebt, en één zin over wat er klaarstaat. Of laat de AI vijf proeven voorstellen bij jouw onderwerp. Alleen jij ziet het, de klas pas als jij op Starten drukt.
Precies dit zet je op het digibord. De timer loopt per stap, «Kijk. Stil.» wacht op jou, en jij houdt de regie: pauzeren, tijd erbij of door naar de volgende stap. De vraag typ je zelf, of met een gratis account stelt de AI vijf proeven voor bij jouw onderwerp.
Zo ziet de klas het op het bord
7 stappen · één proef, ± 11 min
Voor jou: Kijk alleen of iedereen iets opschrijft. Zeg niet of het klopt, ook niet met je gezicht.
Groepsgrootte
alleen, dan in tweetallen · hele klas
Duur
± 17 min
incl. uitleg en terugblik
Niveau
groep 7–8 · vo · mbo
Materiaal
wisbordje of papier, ✓/✗-stemkaarten, letterkaart A/B; een filmpje of een proef voor de klas
Vorm
alleen → tweetal → klas
Doel
een voorspelling toetsen en verklaren
Check vóór de eerste keer één ding: kan de klas de uitkomst beredeneren, zonder hem al te weten? Een goede demonstratie heeft een uitkomst die je met wat voorkennis kunt voorspellen, en die een deel van de klas toch verrast. Weet iedereen het antwoord al, dan valt er niets te verklaren. Kan niemand er iets over zeggen, dan wordt voorspellen gokken. Kies daarom een proef bij stof die de klas half kent.
Verloop in één oogopslag
± 17 min totaalDe minuten hierboven zijn de standaardtijden, geen script: wie de werkvorm voorbereidt, stelt zelf per stap de tijd in. Stap 2 heeft één klok voor twee beurten: halverwege geeft het scherm de beurt vanzelf aan B. Stap 4 heeft geen klok: een proef duurt zo lang als hij duurt, en jij gaat verder als hij klaar is. Stap 7 groeit met het aantal uitleggen dat je hardop wilt horen, standaard drie.
Stap-voor-stap instructie
7 stappen
Voorspel
1,5 minalleen, in stilteOp het bord staat één vraag, «Wat gebeurt er als …?», en wat er klaarstaat: de opstelling van een proef, of het beginbeeld van een filmpje. Iedereen schrijft op papier of een wisbordje wat er gaat gebeuren, en waarom. Wie twijfelt, kiest toch één antwoord.
Vergelijk met je maatje
1,5 minin tweetallenA vertelt wat er volgens A gebeurt en waarom; B luistert. Halverwege geeft het scherm de beurt aan B: denken jullie hetzelfde? Wat op papier staat, blijft staan.
Voorspellingen op het bord
2 minde hele klasDe klas noemt de voorspellingen die er zijn, en jij typt elke andere in een eigen tegel op het digibord, in de woorden van de klas. Je bevestigt niets: wie gelijk heeft, ziet de klas zo.
Kijk. Stil.
1 minde demonstratie, in stilteJe laat de proef zien: het filmpje, de afbeelding of de dia's op het bord, of je doet het zelf voor. Iedereen kijkt, niemand zegt iets tot het voorbij is. Deze stap heeft geen timer: hij duurt zo lang als de proef, en jij gaat verder.
Klopte het?
1 minde hele klasOp drie houdt iedereen de ✓- of ✗-kaart omhoog voor de eigen voorspelling, allemaal tegelijk. Daarna tik jij op elke tegel van het bord ✓ of ✗. Een ✗ is geen fout: daar begint de uitleg.
Verklaar samen
2 minin tweetallenWaarom gebeurde het zo? Het tweetal zoekt een uitleg, ook voor de voorspelling die niet uitkwam: wat dachten we eerst, en wat denken we nu? Allebei moeten ze de uitleg kunnen vertellen.
Leg uit aan de klas
3 minde hele klasHet scherm trekt een tweetal, dat zijn uitleg vertelt; de klas vult aan of geeft een andere uitleg. Je trekt opnieuw, standaard drie keer, en een tweetal dat al sprak komt niet nog eens. Pas na de laatste uitleg vul jij aan wat nog ontbreekt.
Heb je geen filmpje of afbeelding, laat het veld voor de link dan leeg: dan doe je de proef zelf voor, en de zin over wat er klaarstaat komt op het bord.
Welke leerstrategie traint de klas?
Voorkennis ophalen
Leerlingen halen eerst op wat ze al weten, voordat er iets nieuws bij komt. Nieuwe stof hecht zich aan wat er al zit, dus wat eerst boven komt, maakt het nieuwe beter te onthouden. Bron: Wijze lessen (Surma e.a., 2019), bouwsteen ‘activeer voorkennis’.
Op het bordWat weet je al? · Je haalt eerst op wat je al weet. Aan iets bekends blijft het nieuwe beter hangen.
Ook te trainen met deze werkvorm
- Eerst antwoorden, dan kijken · Eerst opschrijven, dan pas kijken: ✓ of ✗ naast je eigen voorspelling.(taal: woorden · tekstvakken)
- Toepassen op iets nieuws · Vóór de formule: het begrip moet iets voorspellen in een nieuwe situatie.(exacte vakken)
- Vragen waarom het zo is · Verklaren is de derde stap: waarom gebeurde wat je zag?(natuurvakken · tekstvakken)
Waarom werkt dit?
Een demonstratie is een van de sterkste momenten in een bètales, en ook een van de makkelijkst verspilde. De klas kijkt, iemand roept "cool", en een week later weet niemand meer wat het liet zien. Voorspel – Kijk – Verklaar zet er drie dingen omheen die het kijken tot leren maken.
Catherine Crouch, Eric Mazur en collega's onderzochten in 2004 wat studenten natuurkunde onthouden van demonstraties in het college. Wie alleen had gekeken, begreep het principe niet beter dan wie de demonstratie nooit had gezien. Wie vooraf de uitkomst had voorspeld, begreep het duidelijk beter. Garvin Brod en collega's (2018) lieten zien waarom dat zo kan werken: een verrassing ontstond alleen als iemand vooraf iets had voorspeld, en hoe sterker die verrassing, hoe meer er geleerd werd. Een verkeerde voorspelling die je zelf hebt opgeschreven, onthoud je. Een uitkomst die je alleen hebt gezien, is vermaak. Daarom schrijft iedereen in stap 1 iets op, en niet alleen wát er gebeurt, maar ook waarom.
In elke klas zit iemand die bij de eerste beweging roept wat er gebeurt. Op dat moment hoort de rest het antwoord, in plaats van het te zien, en vergelijkt niemand meer zelf met wat hij had opgeschreven. «Kijk. Stil.» is daarom een eigen stap, en geen opmerking tussendoor. Iedereen kijkt met de eigen voorspelling nog in het hoofd, en de vraag "klopte het?" beantwoordt ieder pas daarna, met een kaart in de lucht.
Na de demonstratie is het verleidelijk om zelf uit te leggen hoe het zit. Dan hoort de klas het juiste antwoord, maar blijft de oude redenering staan. In stap 6 zoekt het tweetal uit waarom het zo ging, en vooral wat er mis was in de voorspelling die niet uitkwam. Die vraag maakt het denkbeeld zichtbaar dat de verkeerde kant op wees. Het tweetal dat in stap 7 uitlegt, wordt door het scherm geloot. Omdat niemand weet wie aan de beurt komt, heeft elk tweetal een uitleg klaar, en niet alleen de vingers die altijd omhoog gaan.
De demonstratie: een link of een proef voor de klas
De inhoud is van jou: één voorspelvraag en één demonstratie. De vraag begint het liefst met «Wat gebeurt er als …?» en noemt precies wat er verandert: "Wat wijst de weegschaal aan als de suiker in het water is opgelost?" is beter dan "Wat gebeurt er met de suiker?"
Een link. Plak in de voorbereiding een link naar een filmpje, een afbeelding of dia's. Tijdens het voorspellen staat de opstelling op het bord, de uitkomst nog niet: het filmpje start pas als jij in stap 4 op afspelen drukt. Kies een filmpje dat eerst rustig de opstelling laat zien, en kijk vooraf of de titel de uitkomst niet verraadt.
Een proef voor de klas. Doe je de proef zelf, laat het linkveld dan leeg en beschrijf in een korte zin wat er klaarstaat: "Twee bekers water, één met zout. In elke beker gaat een ijsblokje." Die zin staat op het bord terwijl de klas voorspelt. Zet de proef zo neer dat iedereen hem kan zien, en probeer hem vóór de les één keer.
Kant-en-klaar. Voor natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde staan er voorbereidingen klaar, met een vraag en een demonstratie. Je vindt ze hieronder bij de voorbeelden. Open er een, kijk hoe het loopt, en vervang daarna de vraag en de link door die van jou.
Wanneer wel, waar je op let
Wanneer wel
- Als je een hardnekkig misverstand verwacht. Zware dingen vallen sneller, planten halen hun voedsel uit de grond, opgeloste suiker weegt niets meer. Wie het misverstand eerst opschrijft en het dan ziet stranden, laat het makkelijker los dan wie alleen het goede antwoord hoort.
- Aan het begin van een nieuw hoofdstuk. De voorspellingen op het bord laten in één oogopslag zien wat de klas al denkt, voordat jij iets hebt uitgelegd. Dat is het startpunt van je uitleg, en de klas wil daarna weten hoe het zit.
- Bij een proef die je anders alleen zou voordoen. Elke demonstratie die je toch al laat zien, wordt sterker met een voorspelling ervoor. Het kost een paar minuten extra, en de hele klas doet mee in plaats van één leerling die helpt.
- Als je wilt horen hoe ze redeneren. Loop in stap 2 rond en luister naar het waarom achter de voorspellingen. Een goed antwoord met een verkeerde reden hoor je hier, en op een nagekeken toets niet.
- Ook buiten de bètavakken. Een grafiek die je pas na de voorspelling toont, een uitslag, een historische afloop: overal waar de klas iets kan beredeneren voordat het onthuld wordt, werkt de vorm. Alleen de demonstratie verandert.
Waar je op let
- Als de uitkomst bekend is: kies een andere vraag. Een proef die al in het boek staat, of die de klas vorig jaar zag, levert geen verrassing op. Draai de vraag dan een kwartslag: wat gebeurt er als je één ding verandert?
- Zonder voorkennis: geef eerst een aanknopingspunt. Kan niemand iets beredeneren, dan wordt de voorspelling een gok, en een gok verklaren levert weinig op. Een korte vraag vooraf helpt: wat weten we al over drijven en zinken?
- Bij een proef die soms mislukt: probeer hem vooraf. Een proef die voor de klas anders uitpakt dan bedoeld, is geen ramp, maar wel een andere les. Doe hem een keer van tevoren, of kies een filmpje van dezelfde proef.
- In een klas die nog weinig Nederlands spreekt: de ISK / NT2-variant. Een voorspelling met een reden erbij is veel taal. Met ISK / NT2 voorspellen leerlingen met een tekening of één woord, beginnen ze met «Ik denk: …», en zijn de stappen korter.
- Met weinig tijd: de korte variant. Als opener van een les past Kort: kortere stappen, drie voorspellingen op het bord en twee uitleggen hardop. De volgorde blijft gelijk, want juist die doet het werk.
Eén werkvorm, verschillende functies
Voorbeelden per context
- Wat gebeurt er als ik een zware en een lichte bal van dezelfde grootte tegelijk loslaat?
- Wat wijst de weegschaal aan als de suiker helemaal is opgelost?
- Wat is er gebeurd met een reepje aardappel dat een half uur in zout water lag, en met een reepje uit gewoon water?
- Wat gebeurt er met de oppervlakte van een vierkant als de zijden twee keer zo lang worden?
Varianten
Per leeftijd
Veelgemaakte fouten
Veelgestelde vragen
Wat is de werkvorm Voorspel – Kijk – Verklaar precies?
Een werkvorm waarin leerlingen de uitkomst van een demonstratie voorspellen voordat ze hem zien, en daarna verklaren wat er gebeurde. Zeven stappen: Voorspel (ieder alleen, in stilte, met de reden erbij); Vergelijk met je maatje (eerst vertelt A, dan B); Voorspellingen op het bord (jij typt de verschillende voorspellingen als tegels); Kijk. Stil. (de demonstratie, iedereen kijkt zonder te praten); Klopte het? (ieder houdt ✓ of ✗ omhoog, jij zet ✓ of ✗ bij elke tegel); Verklaar samen (het tweetal zoekt uit waarom het zo ging en wat er mis was in de voorspelling); Leg uit aan de klas (een geloot tweetal legt uit). In het onderwijsonderzoek heet de aanpak Predict-Observe-Explain, of POE.
Hoe lang duurt Voorspel – Kijk – Verklaar?
Met de standaardinstellingen duurt de hele werkvorm ± 17 minuten, uitleg en terugblik inbegrepen.
Per stap stelt wie de werkvorm voorbereidt zelf de tijd in. Het voorspellen en het vergelijken zijn kort; in stap 2 geeft het scherm halverwege de beurt van A aan B. Stap 4 heeft geen klok: de demonstratie duurt zo lang als hij duurt, en jij klikt verder. Stap 7 groeit met het aantal uitleggen hardop, standaard drie. De variant Kort maakt alle stappen korter en zet er drie tegels en twee uitleggen in.
Waarom moet de voorspelling op papier, en niet alleen in het hoofd?
Omdat een voorspelling in je hoofd achteraf meebeweegt. Wie niets heeft opgeschreven, denkt na de demonstratie al snel "dat dacht ik al", en dan valt er niets te verklaren. Een geschreven voorspelling ligt vast: de leerling ziet zwart op wit dat hij iets anders dacht, en precies die botsing doet het werk. Daarom houdt ieder in stap 5 ✓ of ✗ omhoog voor de eigen voorspelling, en niet voor wat het tweetal later vond.
Waarom kijkt de klas in stilte?
Omdat het antwoord anders gehoord wordt in plaats van gezien. De leerling die als eerste roept wat er gebeurt, beslist voor de hele klas hoe de uitkomst eruitzag, en de rest vergelijkt niet meer met de eigen voorspelling. «Kijk. Stil.» geeft iedereen een eigen moment met de uitkomst. Het gesprek komt daarna, in stap 6, en dan heeft iedereen iets te zeggen.
Wat als iedereen het goed voorspeld had?
Dan wist de klas meer dan je dacht, en dat is ook een uitkomst. Stap 6 gaat dan over de redenen: hadden ze het goed om de goede reden? Vaak blijkt dat niet zo te zijn. Klopten ook de redenen, sla dan de uitleg hardop kort af en stel een moeilijkere vervolgvraag: wat gebeurt er als je één ding verandert?
Hoeveel voorspellingen zet je op het bord?
Standaard vier, en je kunt kiezen van twee tot zes. Je typt alleen voorspellingen die echt verschillen: tien keer "de zware eerst" is één tegel. Begin met de voorspelling die het meest voorkomt en eindig met de verrassendste. Bij een vraag met twee mogelijke uitkomsten zijn twee of drie tegels genoeg; bij een open vraag laten vijf of zes tegels de hele spreiding zien.
Waar vind je een goede demonstratie?
Voor natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde staan er kant-en-klare voorbereidingen bij de voorbeelden op deze pagina. Verder in je eigen practicumbundel, in de demonstratieboeken van de NVON, of in een kort filmpje van een proef die je zelf niet in de klas kunt doen. Zoek je ideeën, vraag dan in Microsoft Copilot naar "demonstraties over [onderwerp] voor leerlingen van [leeftijd] met een uitkomst die veel leerlingen verkeerd voorspellen", en kies er één die je zelf kunt controleren. Het criterium is altijd hetzelfde: de klas kan de uitkomst beredeneren, maar niet zeker weten.
Wat als de proef mislukt?
Dan heb je een echte natuurwetenschappelijke vraag: waarom ging het anders dan verwacht? Zet ✓ en ✗ bij wat er wel gebeurde, en laat de tweetallen in stap 6 bedenken wat er in de opstelling anders was. Wil je de bedoelde uitkomst toch laten zien, toon dan daarna een filmpje van dezelfde proef. Om het te voorkomen: probeer de proef vóór de les één keer.
Waarom loot het scherm een tweetal, en steken leerlingen geen vinger op?
Omdat dan steeds dezelfde tweetallen uitleggen, en de rest geen uitleg hoeft te hebben. Met de loting weet niemand wie er voor de klas spreekt, dus bereidt elk tweetal in stap 6 een uitleg voor. Je loot opnieuw voor elke uitleg, standaard drie keer.
Wat is het verschil met Stijgen & Dalen en Vier hoeken?
Alle drie laten de klas een positie kiezen voordat er gepraat wordt. Stijgen & Dalen en Vier hoeken gaan over meningen en standpunten: er is geen uitkomst die beslist wie gelijk had. In Voorspel – Kijk – Verklaar beslist de demonstratie het wel, en het gesprek gaat daarna over waarom een voorspelling niet uitkwam. Kies Voorspel – Kijk – Verklaar als er een antwoord is dat je kunt laten zien.
Waar komt de werkvorm vandaan?
De aanpak komt uit het onderzoek naar natuurkundeonderwijs. Rond 1980 gebruikten Audrey Champagne, Leopold Klopfer en John Anderson aan de Universiteit van Pittsburgh een volgorde van demonstreren, waarnemen en verklaren om te zien hoe studenten over beweging dachten. Richard White en Richard Gunstone maakten er in hun boek Probing Understanding (1992) Predict-Observe-Explain van: eerst een voorspelling met een reden, dan de waarneming, dan de verklaring van het verschil. Crouch, Mazur en collega's (2004) toonden dat juist het voorspellen een demonstratie leerzaam maakt. In Nederland beschrijven de NVON-demonstratieboeken ShowdeFysica, en de open uitgave Show the Physics van de TU Delft, hoe je voorspellen bij een demonstratie inzet. LudensFlow voegde de opbouw uit het coöperatief leren toe: eerst alleen, dan in tweetallen, dan met de klas, en een geloot tweetal dat uitlegt.
Denken vóór je het weet: welke vorm past?
| Werkvorm | Doel | Groep | Duur | Wanneer passend |
|---|---|---|---|---|
| Voorspel – Kijk – Verklaar | een voorspelling toetsen aan een demonstratie | alleen, dan tweetallen | ± 17 min | een uitkomst die de klas kan beredeneren |
| Welke aanpak? | het type opgave herkennen, zonder te rekenen | alleen, dan tweetallen | ± 16 min | de klas kent de aanpakken, maar niet wanneer |
| Design thinking in het klein | de ontwerpcyclus één keer helemaal doorlopen | teams van 3–4 | ± 35 min | vóór een ontwerpproject, op een kleine opdracht |
| Stijgen & Dalen | positie tonen: eens of oneens | hele klas | ± 9 min | snel beeld + beweging, binaire keuze |
| Vier hoeken | kiezen uit vier posities | hele klas | ± 13 min | nuance en een gesprek per hoek |
| Genummerde koppen | samen zeker weten dat iedereen het snapt | 2–6 | ± 16 min | één goed antwoord, iedereen verantwoordelijk |
| Sneeuwbal (1-2-4-All) | ideeën verzamelen en ordenen | 8–32 | ± 18 min | open vraag, iedereen eerst alleen |
Bronnen
- Richard White & Richard Gunstone, Probing Understanding, Londen: Falmer Press (1992): de oorsprong van Predict-Observe-Explain als manier om te peilen hoe leerlingen denken.
- Catherine Crouch, Adam Fagen, J. Paul Callan & Eric Mazur, Classroom demonstrations: Learning tools or entertainment?, American Journal of Physics 72(6) (2004), 835–838: alleen kijken leverde geen beter begrip op dan de demonstratie niet zien; eerst voorspellen wel.
- Matthew Kearney, Classroom use of multimedia-supported predict-observe-explain tasks in a social constructivist learning environment, Research in Science Education 34(4) (2004), 427–453: POE met video in tweetallen, en het gesprek dat voorspellen en redeneren op gang brengen.
- Garvin Brod, Marcus Hasselhorn & Silvia Bunge, When generating a prediction boosts learning: The element of surprise, Learning and Instruction 55 (2018), 22–31: voorspellen vooraf leverde meer op dan achteraf beoordelen, en verrassing ontstond alleen na een voorspelling.
- Freek Pols & Peter Dekkers, Show the Physics, TU Delft OPEN Publishing (2024), doi 10.59490/tb.101: 99 natuurkundedemonstraties uit de NVON-reeks ShowdeFysica, met de didactiek van voorspellen bij een demonstratie.
Samengesteld door Oksana Oliinyk · Laatst bijgewerkt 23 oktober 2026
Was deze pagina nuttig?
Na je antwoord stellen we nog drie korte vragen. Een halve minuut, en je helpt ons echt.