Om de beurt
Woordsoorten
klas 1 · ± 14 min
Werk in duo's of kleine groepen. Geef om de beurt één antwoord op de vraag.
4 vragen · elke regel is een ronde
- 1Noem een zelfstandig naamwoord dat je in dit lokaal ziet.
- 2Noem een werkwoord dat bij de ochtend hoort.
- 3Noem een bijvoeglijk naamwoord dat bij het woord school past.
- 4Noem een woord dat je gisteren nog niet kende.
Stijgen & Dalen
Lezen en taal
klas 1 · ± 12 min
Deelnemers reageren op stellingen door te staan (eens) of te blijven zitten (oneens).
5 stellingen · elke regel is een ronde
- 1Een boek lezen is leuker dan de verfilming kijken.
- 2Spelfouten in een appje maken niet uit.
- 3Voorlezen in de klas helpt je om beter te lezen.
- 4Dialect spreken is net zo goed als Standaardnederlands.
- 5Een goed verhaal heeft altijd een happy end nodig.
Vier hoeken
Lezen en schrijven
klas 1 · ± 13 min
Deelnemers kiezen een hoek die past bij hun antwoord op een stelling. Ze bewegen, wisselen van gedachten en mogen van hoek veranderen als ze overtuigd worden.
3 stellingen · elke regel is een ronde
- 1Een boek is pas goed als je het niet kunt wegleggen.
- 2Welke tekst lees je het liefst? (Een spannend verhaal · Een strip · Een informatieve tekst · Een gedicht)
- 3Iedereen kan leren goed te schrijven.
Driestappeninterview
Lezen en verhalen
klas 1 · ± 19 min
Interview elkaar in groepen van 4: A↔B en C↔D tegelijk. Daarna wisselen en dan met de klas delen.
2 onderwerpen · elke regel is een ronde
- 1Een boek, serie of verhaal dat je is bijgebleven
- 2Welk personage zou je een dag willen zijn, en waarom?
1 gaat, 3 blijven
Argumenteren
klas 1 · ± 20 min
Teams van vier werken dezelfde opdracht uit. Dan gaat elke ronde één teamlid op bezoek bij een ander team, en de drie die blijven ontvangen hun bezoeker. Thuis komt alles samen.
1 opdracht
- 1Stelling: «Mobiele telefoons horen niet in de klas.» Kies samen of jullie voor of tegen zijn en bedenk de twee sterkste argumenten, elk met een voorbeeld.
Binnenkring & Buitenkring
Lezen voor je plezier
klas 1 · ± 13 min
Twee kringen tegenover elkaar. Kort gesprek met je maatje. Daarna schuift de buitenkring op naar een nieuw maatje.
4 vragen · elke regel is een ronde
- 1Welk boek of verhaal is je het langst bijgebleven, en waarom?
- 2Lees je liever op papier of op een scherm? Waarom?
- 3Welk personage uit een boek of serie zou je willen ontmoeten?
- 4Waardoor leg je een boek weg voordat het uit is?
Doe mij na
Precies beschrijven
klas 1 · ± 14 min
A maakt iets en zegt stap voor stap wat A doet; B zit omgedraaid en maakt het na op de woorden alleen. Dan naast elkaar leggen: welke instructie klopte, welke was te vaag? Volgende ronde wisselen de rollen.
4 opdrachten · elke regel is een ronde
- 1Teken een huis met een deur in het midden en twee ramen erboven.
- 2Teken een tafel met een kat eronder en een lamp erboven.
- 3Teken drie boeken op een plank: het middelste ligt plat, de andere twee staan rechtop.
- 4Teken een pijl van linksonder naar rechtsboven, met een cirkel aan het begin.
Feedback op tournee
Betoog in concept
klas 2 · ± 30 min
Elk team legt zijn werk op tafel en kiest een bewaker die erbij blijft. De rest gaat op tournee langs de andere tafels en geeft feedback op de vragen op het scherm; de bewaker schrijft op. Terug aan tafel rapporteert de bewaker, en het team reflecteert.
3 feedbackvragen
- 1Welke zin maakt de stelling het duidelijkst?
- 2Welk argument overtuigt jou het meest, en waarom?
- 3Waar mis je een voorbeeld of bewijs?
Kennisquiz
Taal en spelling
klas 1 · ± 13 min
Een vraag op het scherm; elk team overlegt en schrijft zijn antwoord op het whiteboard-vel. Alle borden tegelijk omhoog, dan het antwoord, met een punt voor elk team dat het had. Het scorebord telt mee op het scherm.
5 vragen
- 1Welk woord is een zelfstandig naamwoord?
- 2Wat is de juiste spelling?
- 3Wat is het meervoud van «stad»?
- 4Welke zin staat in de verleden tijd?
- 5Wat is het onderwerp in «De hond van de buren blaft»?
Op tijd
Lezen
klas 1 · ± 12 min
Iedereen krijgt om de beurt spreektijd over een onderwerp. Kies de groepsgrootte en indeling bij het spelen.
3 vragen · elke regel is een ronde
- 1Vertel over een boek of serie die je iedereen zou aanraden.
- 2Beschrijf een personage uit een boek of serie dat je goed vindt, en waarom.
- 3Vertel wat een verhaal voor jou spannend maakt.
Genummerde koppen
Zinsbouw
klas 1 · ± 19 min
Iedereen krijgt een nummer in de groep. Schrijf individueel, bespreek samen. Daarna kiest de facilitator een nummer dat het antwoord uitlegt.
4 vragen · elke regel is een ronde
- 1Wat is het verschil tussen een hoofdzin en een bijzin? Geef een voorbeeld.
- 2Waarom schrijf je «hij wordt» met dt en «ik word» zonder t?
- 3Waarom staat er een komma in «Toen ik thuiskwam, was het donker»?
- 4Wat is het verschil tussen het onderwerp en het lijdend voorwerp?
Geschreven gedachten
Verhalen
klas 1 · ± 19 min
Op een open vraag schrijft iedereen ideeën: één per papiertje, hardop gezegd en in het midden gelegd, tot de tijd om is. Dan rangschikt de groep de stapel: wat hoort bij elkaar, en hoe heet die groep?
2 vragen · elke regel is een ronde
- 1Wat maakt een verhaal spannend?
- 2Waaraan herken je een goed begin van een boek?
Sneeuwbal (1-2-4-All)
Leesplezier
klas 1 · ± 18 min
Start individueel, combineer in tweetallen, voeg samen in viergroepen en bouw zo stap voor stap naar gedeeld inzicht.
1 vraag
- 1Hoe krijg je klasgenoten zover dat ze meer gaan lezen?
Team doe mee en vertel
Schrijven
klas 1 · ± 16 min
Schrijf individueel ideeën op, vergelijk ze in je groep en deel de gecombineerde lijst met de klas.
3 vragen · elke regel is een ronde
- 1Noem zoveel mogelijk woorden die met school te maken hebben.
- 2Welke tips heb je voor het schrijven van een goed verhaal?
- 3Welke soorten teksten lees je in een gewone week?
Tweetal coach
Werkwoordspelling
klas 1 · ± 16 min
A lost oefeningen op en verwoordt zijn denkproces hardop. B kijkt mee en coacht. Dan wisselen van rol!
4 oefeningen · elke regel is een ronde
- 1Vul de juiste vorm in: Morgen (worden) hij dertien.
- 2Vul de juiste vorm in: Gisteren (antwoorden) zij op de vraag.
- 3Zet in de verleden tijd: Wij fietsen naar school.
- 4Vul de juiste vorm in: (Vinden) jij dit boek leuk?
Placemat
Verhalen
klas 1 · ± 20 min
Elke deelnemer schrijft individueel, deelt zijn antwoord en zoekt samen naar een consensus.
2 vragen
- 1Wat maakt een verhaal zo spannend dat je door wilt lezen?
- 2Welke eigenschap maakt een hoofdpersoon interessant voor de lezer?
Quiz met bewegen
Lezen en schrijven
klas 1 · ± 12 min
Loop door de klas, zoek een maatje, stel je vraag en geef feedback. Wissel daarna van maatje!
5 vragen · elke regel is een ronde
- 1Een boek is altijd beter dan de film.
- 2Spelfouten in een appje zijn niet erg.
- 3Strips lezen telt ook als lezen.
- 4Met de hand schrijven is beter dan typen.
- 5Voorlezen is alleen voor kleine kinderen.
Negen keer waarom: gezamenlijk doel
Goed schrijven
klas 1 · ± 17 min
Ontdek in tweetallen de diepere, gedeelde bedoeling van jullie gezamenlijke inzet. Een Liberating Structure.
1 thema
- 1Goed leren schrijven in het Nederlands
Vijf keer waarom: oorzaakanalyse
Lezen en spelling
klas 1 · ± 18 min
Oorzaakanalyse: zoek de grondoorzaak van een probleem. Stel in tweetallen vijf keer 'waarom?'. Een techniek van Toyota.
2 problemen · elke regel is een ronde
- 1Veel leerlingen lezen in hun vrije tijd bijna nooit een boek.
- 2In onze opstellen staan veel spelfouten.
World Café
Leesplezier
klas 1 · ± 45 min
Een groot gesprek aan veel tafels: na elke ronde schuif je door en kruisbestuif je ideeën. Samen oogst je de rode draden. Verwant aan Liberating Structures. Ontwikkeld door Juanita Brown & David Isaacs.
1 vraag
- 1Hoe maken we van onze school een school waar iedereen graag leest?
Conversation Café
Taal en respect
klas 1 · ± 35 min
Een rustig, reflectief gesprek in een kleine vaste groep (4–8) met een spreeksteen, voor een complex of gevoelig thema. Een Liberating Structure.
1 thema
- 1Wanneer doen woorden iemand pijn, ook als het als grapje bedoeld is?
Het slechtste plan
Betoog
klas 1 · ± 19 min
Draai het om: bedenk hoe je je doel zou verpesten, kijk in de spiegel en stop één ding. Een speelse omgekeerde brainstorm. Making Space with TRIZ, een Liberating Structure.
1 doel
- 1Een betoog dat de lezer overtuigt
Eén voor één
Werkwoordspelling
klas 1 · ± 14 min
Zelfstandig werken aan een reeks vragen of opdrachten: de hele klas bij hetzelfde onderdeel, en aan het eind samen terugkijken.
5 onderdelen · elke regel is een ronde
- 1Schrijf de juiste vorm: Ik (fietsen) elke dag naar school.
- 2Schrijf de juiste vorm: Hij (vinden) het boek spannend.
- 3Schrijf de juiste vorm: Gisteren (antwoorden) zij meteen.
- 4Schrijf de juiste vorm: Wij hebben de hele middag (praten).
- 5Schrijf de juiste vorm: Het (worden) steeds later.
Jigsaw
Woordsoorten
klas 1 · ± 40 min
De leerstof wordt opgedeeld in 2–6 delen. Elk teamlid wordt expert in één deel, deelt die kennis in een expertgroep, en keert terug naar de basisgroep.
4 expertonderwerpen
- 1Het zelfstandig naamwoord
- 2Het werkwoord
- 3Het bijvoeglijk naamwoord
- 4Het voorzetsel
Socratisch gesprek
Eerlijk zijn
klas 4 · ± 45 min
Het socratische gesprek volgens de socratische methode, in heldere stappen. Door samen door te vragen kom je tot dieper inzicht. Stap voor stap uitgelegd en meteen inzetbaar in de klas.
1 vraag
- 1Sanne vertelt de docent dat ze het boek uit heeft, maar ze heeft alleen de samenvatting gelezen. Is dat liegen?
Flitskaarten
Woordsoorten en vormen
klas 1 · 8 kaartjes, antwoord op de achterkant
Deelnemers bedenken vragen en noteren die op kaartjes. Ze oefenen in duo's door vragen aan elkaar te stellen en te antwoorden.
8 vragen
- 1Welke woordsoort is „fiets”?
- 2Welke woordsoort is „mooi” in „een mooi huis”?
- 3Wat is de verleden tijd van „lopen”?
- 4Wat is het meervoud van „kind”?
- 5Wat is het verkleinwoord van „boom”?
- 6Wat is het tegenovergestelde van „oud” bij een mens?
- 7Hoe schrijf je „ik” + „worden” in de tegenwoordige tijd?
- 8Geef een synoniem van „beginnen”.
Welke aanpak?
Werkwoordspelling: d, t of dt
klas 1 · ± 16 min
Leerlingen sorteren gemengde opgaven op de aanpak die erbij hoort, zonder ze op te lossen. Tweetallen maken er herkenningsregels van, en de klas zet per type één regel op het bord.
8 opgaven
- 1Hij (vinden) het boek niet spannend.
- 2Ik (worden) morgen dertien.
- 3Mijn zus (werken) op zaterdag in de bakkerij.
- 4(Antwoorden) jij altijd zo snel?
- 5Het meisje (rijden) elke dag op de fiets naar school.
- 6Jij (lopen) veel te hard voor mij.
Leren leren in dit vak
Drie manieren van leren die juist in dit vak zijn onderzocht, elk met de werkvorm die haar in de les laat gebeuren. Het bord zegt de klas wat ze traint.
Gespreid oefenen
FlitskaartenWoordsoorten of spelling op kaarten, elke week dezelfde set tien minuten; wat terugkwam is het huiswerk.
Hardop oefenen met feedback
Tweetal coachZinsontleding hardop: de oplosser zegt elke stap, de coach hoort waar het vastloopt.
Eerst antwoorden, dan kijken
Schud en pakBlind een kaart met een regel of woord trekken, antwoorden, en pas dan de achterkant checken.
Ezelsbruggetjes met een sleutelwoord werken kort voor concrete woorden en scoren laag over de hele linie; ophalen met spreiding wint.
Bronnen: Dunlosky e.a. (2013), distributed practice · Chi e.a. (1989), self-explanation while solving · Butler & Roediger (2008), feedback after retrieval
Alle manieren van leren, met bronnen →