Activerende werkvormen Nederlands, al voorbereid

In een les Nederlands praat de docent vaak het meest. Deze werkvormen draaien dat om: leerlingen benoemen woordsoorten, bespreken een tekst en geven elkaar feedback op wat ze schreven, en iedereen komt aan de beurt.

Elke werkvorm hieronder is al gevuld met vragen of stellingen voor de onderbouw van vmbo, havo en vwo. Je kunt hem morgen zo gebruiken, of eerst je eigen tekst erin zetten.

Zo werkt een kaart

  • Openen kan zonder account. In het startscherm pas je de vragen aan voor je eigen klas.
  • Bewaren met een gratis account: de voorbereiding komt in Mijn voorbereidingen, met jouw aanpassingen. Volgende keer staat hij daar met één klik klaar, zonder te zoeken.
  • Met Pro bouw je uit Mijn voorbereidingen een hele les: meerdere werkvormen achter elkaar, met jouw uitleg en timers.

27 werkvormen, kant-en-klaar

Activerende werkvormen voor Nederlands

In de les Nederlands leren leerlingen lezen, schrijven, spreken en luisteren, maar in een klassikale les spreekt vooral de docent. Activerende werkvormen draaien die verhouding om. Iedere leerling formuleert een antwoord, legt een woordsoort uit aan een klasgenoot of reageert op een tekst, en dat oefent precies de vaardigheden waar het vak om draait.

Coöperatieve werkvormen zorgen er daarbij voor dat niemand achterover kan leunen. Met een vaste beurtvolgorde of een genummerde rol is er geen ruimte om het antwoord aan de snelste leerling over te laten.

Welke werkvorm in welke lesfase?

Aan het begin van de les haal je voorkennis op met Om de beurt: iedereen noemt een woord, een zin of een voorbeeld, en binnen een paar minuten weet je wat de klas nog weet. Met Stijgen & Dalen toets je snel stellingen over een tekst of over taalregels.

Midden in de les verwerk je de stof met Genummerde koppen of Geschreven gedachten: leerlingen overleggen, schrijven op en moeten het antwoord namens de groep kunnen uitleggen. Voor spreekvaardigheid is Binnenkring & Buitenkring sterk, omdat iedere leerling in korte tijd met vier of vijf klasgenoten praat.

Aan het eind check je met de Kennisquiz of Feedback op tournee wat er is blijven hangen, en laat je leerlingen elkaars schrijfwerk beoordelen aan de hand van een paar heldere vragen.

Waar let je op?

Kies vragen met meer dan één goed antwoord: noem een werkwoord, geef een voorbeeld, vertel wat je opviel. Een vraag met één correct antwoord past beter in een quiz dan in een gesprek. En laat de tijd per stap kort: liever drie strakke rondes dan één lange waarin de helft van de klas al klaar is.

Leren leren in dit vak

Drie manieren van leren die juist in dit vak zijn onderzocht, elk met de werkvorm die haar in de les laat gebeuren. Het bord zegt de klas wat ze traint.

  • Gespreid oefenen

    Flitskaarten

    Woordsoorten of spelling op kaarten, elke week dezelfde set tien minuten; wat terugkwam is het huiswerk.

  • Hardop oefenen met feedback

    Tweetal coach

    Zinsontleding hardop: de oplosser zegt elke stap, de coach hoort waar het vastloopt.

  • Eerst antwoorden, dan kijken

    Schud en pak

    Blind een kaart met een regel of woord trekken, antwoorden, en pas dan de achterkant checken.

Ezelsbruggetjes met een sleutelwoord werken kort voor concrete woorden en scoren laag over de hele linie; ophalen met spreiding wint.

Bronnen: Dunlosky e.a. (2013), distributed practice · Chi e.a. (1989), self-explanation while solving · Butler & Roediger (2008), feedback after retrieval

Alle manieren van leren, met bronnen →

Schoolleider of teamleider? Werkvormen die passen in lesbezoek, sectieoverleg en studiedag. Voor scholen →