Activerende werkvormen Engels, al voorbereid

Een taal leer je door hem te spreken, en in een klas van dertig spreekt per beurt één leerling. Deze werkvormen laten de hele klas tegelijk praten: in tweetallen, in kringen, in viertallen, met korte beurten en een duidelijke vraag.

De vragen staan al in het Engels, op het niveau van de onderbouw (vmbo, havo, vwo): over jezelf, over Engels buiten school, over plekken en dingen om je heen.

Zo werkt een kaart

  • Openen kan zonder account. In het startscherm pas je de vragen aan voor je eigen klas.
  • Bewaren met een gratis account: de voorbereiding komt in Mijn voorbereidingen, met jouw aanpassingen. Volgende keer staat hij daar met één klik klaar, zonder te zoeken.
  • Met Pro bouw je uit Mijn voorbereidingen een hele les: meerdere werkvormen achter elkaar, met jouw uitleg en timers.

27 werkvormen, kant-en-klaar

Activerende werkvormen voor Engels

Een vreemde taal leer je door hem te gebruiken. In een klassikale les Engels spreekt een leerling misschien één keer per les; met activerende werkvormen spreekt de hele klas tegelijk. Dat levert spreektijd op, en minder spreekangst, omdat een leerling eerst tegen één klasgenoot praat en niet tegen dertig.

Coöperatieve werkvormen geven het gesprek een vaste vorm: een duidelijke vraag, een korte beurt en een wissel. Daardoor blijft het gesprek in het Engels en dwaalt het niet af.

Welke werkvorm in welke lesfase?

Als opwarmer werkt Om de beurt met eenvoudige vragen: name one thing you do every weekend. Iedereen zegt iets, en de lat ligt laag genoeg voor de onzekere leerling.

Voor meer spreektijd is Binnenkring & Buitenkring de sterkste werkvorm: leerlingen stellen dezelfde vraag aan steeds een andere partner en worden bij elke ronde vloeiender. Het Driestappeninterview voegt daar luisteren aan toe, omdat leerlingen navertellen wat hun partner zei.

Woordenschat en grammatica oefen je met de Kennisquiz, bijvoorbeeld onregelmatige werkwoorden, of met Tweetal coach, waarin leerlingen om de beurt een opgave maken en elkaar controleren.

Waar let je op?

Zet de vragen in het Engels op het scherm en laat de stappen in het Nederlands staan: de vragen zijn de oefening, de instructie niet. Houd de vragen open en persoonlijk, want over jezelf praten lukt sneller dan over een abstract onderwerp.

Leren leren in dit vak

Drie manieren van leren die juist in dit vak zijn onderzocht, elk met de werkvorm die haar in de les laat gebeuren. Het bord zegt de klas wat ze traint.

  • Gespreid oefenen

    Flitskaarten

    Woordjes op kaarten, drie korte keren per week in plaats van één lange; fout gaat onderop.

  • Ophalen uit het geheugen

    Quiz met bewegen

    Elkaar overhoren in wisselende tweetallen, kaart in de hand: antwoord uit het hoofd, dan pas omdraaien.

  • Hardop oefenen met feedback

    Tweetal coach

    Een zin in de goede tijd zetten, hardop en stap voor stap; de coach vraagt door, zegt niet voor.

Ezelsbruggetjes met een sleutelwoord werken kort voor concrete woorden en scoren laag over de hele linie; ophalen met spreiding wint.

Bronnen: Dunlosky e.a. (2013), distributed practice · Dunlosky e.a. (2013), practice testing · Chi e.a. (1989), self-explanation while solving

Alle manieren van leren, met bronnen →

Schoolleider of teamleider? Werkvormen die passen in lesbezoek, sectieoverleg en studiedag. Voor scholen →