Wat is formatief evalueren in de les?
Formatief evalueren is checken om bij te sturen, niet om een cijfer te geven. Het gebeurt tijdens de les, direct na de uitleg, terwijl je nog iets kunt doen met wat je ziet. In het EDI-model heet dat de begeleide inoefening: de klas oefent, samen en met hulp, en jij kijkt of iedereen mee is voordat je ze zelf aan het werk zet.
Het verschil met een vinger opsteken is dat iedereen antwoordt. Een werkvorm geeft elke leerling een beurt, zodat je niet de drie snelste hoort, maar ziet wie het nog niet heeft.
Welke werkvorm checkt wat?
Om de vorige stof of de uitleg van zojuist op te halen werken Om de beurt, Op tijd en Eén voor één: ieder noemt één ding, en wie niets meer weet zegt pas. De Kennisquiz, Schud en pak en Quiz met bewegen checken met vragen: bij Quiz met bewegen overhoren leerlingen elkaar en zoeken op het signaal een nieuwe partner.
Om te oefenen met feedback van een klasgenoot passen Tweetal coach en Flitskaarten: de een rekent of antwoordt, de ander kijkt mee en mag alleen vragen stellen. Bij Genummerde koppen en Team doe mee en vertel denkt eerst ieder voor zich, dan overlegt de groep, en elk lid moet het antwoord kunnen uitleggen.
Waar let je op?
Beslis vooraf wat je doet met wat je ziet. Heeft driekwart het, dan gaat de klas door en neem jij de rest apart. Heeft de helft het niet, dan leg je opnieuw uit, anders: formatief evalueren zonder gevolg is een quiz.
Houd de vragen klein en concreet: één begrip, één stap van een berekening, één regel. Grote open vragen horen in de verwerking, niet hier. Met wisbordjes of op papier kan het ook; de werkvorm zorgt dat iedereen meedoet en dat de tijd op het bord staat.