Coöperatieve werkvormen voor geloof en levensbeschouwing
Godsdienst en levensbeschouwing gaan over de grote vragen: wat is goed, waar geloof je in, wat geeft het leven betekenis? Op die vragen bestaat geen antwoord dat de docent kan uitleggen en de leerling kan opschrijven. Het vak vraagt om een gesprek waarin leerlingen hun eigen overtuiging verwoorden en die van anderen leren begrijpen.
Coöperatieve werkvormen maken zo'n gesprek mogelijk in een klas van dertig, ook in de geloofsles van een gemengde groep. Leerlingen praten eerst in tweetallen of kleine groepen, waar het veiliger is om iets persoonlijks te zeggen, en een vaste beurt zorgt dat ook de stille leerling gehoord wordt.
Welke werkvorm in welke lesfase?
Om de beurt is een laagdrempelige opening: iedereen noemt een feest, een gewoonte of een traditie uit de eigen omgeving, en de verscheidenheid in de klas wordt meteen zichtbaar. Stijgen & Dalen en Vier hoeken maken standpunten zichtbaar bij stellingen over goed en kwaad, eerlijkheid of vergeving.
Voor een persoonlijker gesprek werken het Driestappeninterview en Binnenkring & Buitenkring: leerlingen vertellen in tweetallen over wat voor hen belangrijk is. Geschreven gedachten laat leerlingen eerst op papier nadenken over een vraag als: hoe praat je met iemand die heel anders gelooft dan jij?
Waar let je op?
Formuleer vragen zo dat iedereen kan antwoorden, met of zonder geloof, en vanuit welke traditie ook. Vraag naar ervaring en mening, nooit naar een oordeel over het geloof van een ander. En spreek vooraf af dat passen mag: niet iedereen wil in elke les iets persoonlijks delen.