Activerende werkvormen geloof en levensbeschouwing

In een geloofsles of een les levensbeschouwing draait het niet om het juiste antwoord, maar om luisteren naar elkaar. Wat vier jij, waar geloof jij in, wat vind je goed of slecht? Deze werkvormen geven elke leerling een beurt en zorgen dat ook de stille stem gehoord wordt.

De vragen en stellingen gaan over feesten en rituelen, goed en kwaad, zingeving en respect voor verschil. Ze gaan niet uit van één religie: elke leerling vertelt vanuit zijn of haar eigen geloof of overtuiging, of zonder geloof. Bruikbaar bij godsdienst, levensbeschouwing en in het mentoruur, van vmbo tot vwo.

Zo werkt een kaart

  • Openen kan zonder account. In het startscherm pas je de vragen aan voor je eigen klas.
  • Bewaren met een gratis account: de voorbereiding komt in Mijn voorbereidingen, met jouw aanpassingen. Volgende keer staat hij daar met één klik klaar, zonder te zoeken.
  • Met Pro bouw je uit Mijn voorbereidingen een hele les: meerdere werkvormen achter elkaar, met jouw uitleg en timers.

6 werkvormen, kant-en-klaar

Coöperatieve werkvormen voor geloof en levensbeschouwing

Godsdienst en levensbeschouwing gaan over de grote vragen: wat is goed, waar geloof je in, wat geeft het leven betekenis? Op die vragen bestaat geen antwoord dat de docent kan uitleggen en de leerling kan opschrijven. Het vak vraagt om een gesprek waarin leerlingen hun eigen overtuiging verwoorden en die van anderen leren begrijpen.

Coöperatieve werkvormen maken zo'n gesprek mogelijk in een klas van dertig, ook in de geloofsles van een gemengde groep. Leerlingen praten eerst in tweetallen of kleine groepen, waar het veiliger is om iets persoonlijks te zeggen, en een vaste beurt zorgt dat ook de stille leerling gehoord wordt.

Welke werkvorm in welke lesfase?

Om de beurt is een laagdrempelige opening: iedereen noemt een feest, een gewoonte of een traditie uit de eigen omgeving, en de verscheidenheid in de klas wordt meteen zichtbaar. Stijgen & Dalen en Vier hoeken maken standpunten zichtbaar bij stellingen over goed en kwaad, eerlijkheid of vergeving.

Voor een persoonlijker gesprek werken het Driestappeninterview en Binnenkring & Buitenkring: leerlingen vertellen in tweetallen over wat voor hen belangrijk is. Geschreven gedachten laat leerlingen eerst op papier nadenken over een vraag als: hoe praat je met iemand die heel anders gelooft dan jij?

Waar let je op?

Formuleer vragen zo dat iedereen kan antwoorden, met of zonder geloof, en vanuit welke traditie ook. Vraag naar ervaring en mening, nooit naar een oordeel over het geloof van een ander. En spreek vooraf af dat passen mag: niet iedereen wil in elke les iets persoonlijks delen.

Leren leren in dit vak

Drie manieren van leren die juist in dit vak zijn onderzocht, elk met de werkvorm die haar in de les laat gebeuren. Het bord zegt de klas wat ze traint.

  • Voorkennis ophalen

    Placemat

    «Wat is rechtvaardig?» Ieder eerst alleen in zijn hoek, dan het midden: waar de vier het over eens zijn.

  • Vragen maken bij een tekst

    Lees en vraag

    Een verhaal of bron met de zes woorden bevragen; de vraag «waarom?» is hier de helft van het vak.

  • Opschrijven wat je nog weet

    Geschreven gedachten

    Na de les: schrijf alles op wat je nog weet van de wereldreligie van vandaag, zonder boek.

Samenvatten helpt alleen als de klas het expliciet leert, en dan als onderdeel van een schema, niet als doel.

Bronnen: Wijze lessen (Surma e.a., 2019), bouwsteen 1 · Rosenshine, Meister & Chapman (1996), question generation · Smith, Blunt, Whiffen & Karpicke (2016), free recall

Alle manieren van leren, met bronnen →

Schoolleider of teamleider? Werkvormen die passen in lesbezoek, sectieoverleg en studiedag. Voor scholen →